Dissociatieve stoornissen

Dissociatieve stoornissen houden eerder een stoornis in het functioneren in dan een afwijking in de psychische inhoud; het gaat om een verlies van de integratie van elementen van identiteit, persoonlijkheid, geheugen, gevoel en bewustzijn, alsmede de­per­so­na­li­sa­tie/derealisatie (bijvoorbeeld vervreemd zijn van het lichaam, de zelfbeleving of de omgeving), amnesie voor psy­cho­trau­ma­ti­sche of andere herinneringen, en fragmentering van de identiteit. Deze stoornissen verschijnen doorgaans in de nasleep van een psychotrauma, maar in tegenstelling tot bij de acute stressstoornis en PTSS is hier een psy­cho­trau­ma­ti­sche stressor geen diagnostisch vereiste. Er bestaat een dissociatief subtype van PTSS, met de­per­so­na­li­sa­tie of derealisatie naast andere dissociatieve symptomen van PTSS als flashbacks en amnesie. Uit beeldvormend onderzoek van de hersenen blijkt dat deze dissociatieve symptomen van PTSS een verhoogde frontale en een geremde limbische activiteit inhouden — dat wil zeggen: een overmodulatie van de affectieve respons. De symptomen kunnen fluctueren, en veel mensen met de stoornis hebben een beperkt inzicht in de omvang van hun beperkingen. Dissociatieve stoornissen zijn stoornissen van het functioneren, waarmee bedoeld wordt dat de vaardigheid om elementen van de identiteit te integreren, herinneringen op te halen, en percepties te re-integreren is aangetast, maar niet is verdwenen. Dit maakt het stellen van de diagnose lastig, maar biedt ook mogelijkheden voor de behandeling.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.