Somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen

Somatisch-symp­toom­stoor­nis en verwante stoornissen

Bij alle somatisch-symptoom- en verwante stoornissen is sprake van een focus op somatische symptomen en ze worden alle eerder gezien binnen de algemene dan binnen de geestelijke gezondheidszorg. Zij vormen in de DSM-5 een nieuwe categorie stoornissen en vervangen de somatoforme stoornissen uit de voorgaande edities van de DSM. Het hoofdkenmerk van de stoornissen in dit deel van de DSM-5 is de opvallende aanwezigheid van verontrustende somatische klachten of verschijnselen, die gepaard gaan met functionele beperkingen. In de nieuwe benadering van stoornissen waarbij de betreffende persoon somatische klachten ervaart, wordt benadrukt dat de classificatie wordt toegekend op basis van het feit dat verontrustende lichamelijke klachten gepaard gaan met maladaptieve gedachten, gevoelens en gedragingen, maar niet omdat er geen somatische verklaring voor deze lichamelijke klachten bestaat. Bij de ontwikkeling van een somatisch-symp­toom­stoor­nis of verwante stoornis speelt een aantal biologische, sociale en psychische factoren een rol. De verschillen in de manier waarop deze stoornissen tot uiting komen, hebben mogelijk iets te maken met een niet-fysiologische interactie tussen deze factoren. In deze categorie van stoornissen wordt onderkend dat de manier waarop iemand een somatische klacht interpreteert en zich daaraan aanpast net zo belangrijk kan zijn als de somatische klacht zelf. Somatisch onverklaarde symptomen zijn in de meeste clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor de somatisch-symp­toom­stoor­nis en verwante stoornissen geen hoofdkenmerk meer, omdat mensen ook een maladaptieve cognitieve of gedragsrespons kunnen vertonen in reactie op de lichamelijke symptomen van een vastgestelde somatische aandoening.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.