Hoofdlijnen bij de classificatie

Hoofdlijnen bij de classificatie

Mensen met een somatisch-symp­toom­stoor­nis of verwante stoornis reageren op de aanwezigheid van lichamelijke klachten en zorgen over de eigen gezondheid met extreme en maladaptieve gedachten, gevoelens en/of gedragingen.

Bij deze stoornissen beoordeelt de patiënt de eigen ge­zond­heids­toe­stand vaak als uitzonderlijk slecht.

Het zorggebruik neemt bij mensen met een somatisch-symp­toom­stoor­nis of verwante stoornis significant toe.

Mensen met een somatisch-symp­toom­stoor­nis of verwante stoornis zijn vooral binnen de algemene gezondheidszorg te vinden en minder vaak binnen de geestelijke gezondheidszorg.

Bij de somatisch-symp­toom­stoor­nis en verwante stoornissen gaat het er niet zozeer om dat er geen somatische oorzaak is gevonden voor de lichamelijke klachten, maar vooral hoe mensen de klachten interpreteren en zich eraan aanpassen.

Anders dan bij de somatisch-symp­toom­stoor­nis en andere verwante stoornissen is een somatisch onverklaarde stoornis van de willekeurige motorische of de sensorische functies voor de con­ver­sie­stoor­nis (functioneel-neurologisch-symptoomstoorni) nog steeds een van de hoofdkenmerken van de classificatie.

Bij de ziek­te­angst­stoor­nis ervaren mensen een hevige ongerustheid over het krijgen van een nog niet ge­di­a­gnos­ti­ceer­de ziekte of zijn zij gepreoccupeerd met het idee dat zij een dergelijke ziekte hebben.

Het hoofdkenmerk van de classificatie ‘psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden’ is de aanwezigheid van klinisch significante psychische of gedragsfactoren die een ongunstige invloed hebben op de behandeling van een gelijktijdig optredende somatische aandoening.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.