Op een casus gebaseerde vragen
Op een casus gebaseerde vragen
A Maria kreeg bij haar geboorte het vrouwelijk gender toegewezen; ze is het derde kind uit een welgesteld gezin. Haar vader, ingenieur, komt uit een liberaal Joods gezin; de familie van haar moeder, oorspronkelijk afkomstig uit Indonesië, woont al sinds drie generaties in Nederland. Geen van beide families is religieus. Toen Maria werd geboren, waren haar oudere zusjes 5 en 7 jaar oud, en was haar vader 45 en haar moeder 39. Vanwege complicaties na de bevalling en haar leeftijd kon haar moeder daarna geen kinderen meer krijgen.
Al zolang zij zich kan herinneren voelde Maria zich anders dan andere kinderen en haar zussen. Anders dan haar zussen die ‘braaf en gehoorzaam’ waren, was zij actief, nieuwsgierig en eigenwijs. Op de kleuterschool speelde ze het liefst ‘jongensspelletjes’ met de jongens, en wees ze het gezelschap en spelen met het speelgoed van meisjes af. Thuis kreeg ze het speelgoed dat ze zelf het liefst wilde: auto’s, treinen, verschillende soorten ballen, speelgoedsoldaatjes en cowboyhoeden en -laarzen; poppen vond ze maar ‘stom’. Omdat ze zich wilde onderscheiden van haar zussen hulde ze zich het liefst in jongenskleding, en haar ouders lieten haar begaan omdat ze het allemaal wel ‘schattig en anders’ vonden.
Kan aan de hand van alleen de tot nu toe verschafte informatie de classificatie genderdysforie worden toegekend? Nee. Hoewel een deel van de informatie aansluit bij het thema genderdysforie, is met de tot nu toe gegeven informatie niet volledig aan de criteria voldaan.
B Tijdens haar latere kinderjaren speelde Maria wilde spelletjes met jongens uit de buurt en op school, en begon ze steeds feller te verklaren dat ze een jongen was. Haar ouders en nabije familieleden reageerden op deze uitspraken door erom te glimlachen en het niet serieus te nemen, maar op school werd ze erom uitgelachen. Tijdens haar puberteit en vroege adolescentie kreeg Maria op haar aandringen toestemming om zich thuis als jongen te kleden en een jongensnaam te gebruiken (die onder intimi haar ‘koosnaampje’ werd), en ze begon ook naar school jongenskleding te dragen. Tegen het krijgen van borsten zag ze als een berg op en ze ging ze uiteindelijk ook haten en bedekte ze zo goed mogelijk; haar eerste menstruatie was een enorme teleurstelling voor haar.
Vanaf die tijd begon ze uiting te geven aan de wens om van gender te veranderen en een jongen te worden. Ze verlangde erg naar de secundaire geslachtskenmerken van mannelijkheid en kwam door op internet te zoeken achter de mogelijkheid van hormoonbehandelingen. Ze ontdekte toen ook het verschijnsel transgenderisme, en begon te corresponderen met andere jongeren die zich in een vergelijkbare moeilijke situatie bevonden. Haar ouders verzetten zich niet tegen deze wens, maar vroegen haar te wachten om ‘zeker te weten dat dit is wat je wilt’. Vanaf haar vroege adolescentie voelde ze zich consistent seksueel en romantisch aangetrokken tot meisjes en ‘nooit tot jongens’.
Toen ze 16 jaar was, drong ze erop aan dat iedereen haar bij de door haar gekozen jongensnaam noemde, Marcus, en begon ze met toestemming van haar ouders met hormoonbehandelingen met androgenen. Op de leeftijd van 17 jaar onderging ze een borstverkleinende operatie (waarbij feitelijk al het borstweefsel werd verwijderd) en kreeg ze gezichts- en lichaamsbeharing; haar stem werd aanzienlijk lager.
Tegen de tijd dat Marcus ging studeren, had hij de volledige transitie tot het mannelijk gender doorgemaakt. Hij sportte daar net als elke andere jongeman in de teams; hij vermeed kleedkamers maar gebruikte wel de herentoiletten, en wendde ‘plasgeremdheid’ voor als reden om de urinoirs te mijden. Zijn voornaamste probleem lag in het daten met vrouwen, aan wie hij op enig moment zou moeten vertellen over zijn preoperatieve transgenderstatus; op één uitzondering na (een vrouw die als biseksueel uit de kast was gekomen) werd hij dan steeds afgewezen als een ongeschikte seksuele partner. Als gevolg van studiemoeilijkheden en dit doorlopend aanwezige conflict stopte Marcus met zijn studie; een paar jaar lang had hij uiteenlopende baantjes en kreeg hij financiële steun van zijn ouders. Al vanaf zijn zeventiende had hij regelmatig getraind en gesport, zodat hij ondanks zijn geringe lengte wel behoorlijk gespierd was. Hij solliciteerde op een baan bij de brandweer van een grote stad, en werd aangenomen. Nu hij op consult komt, als 32-jarige, werkt hij al acht jaar als brandweerman; op zijn werk weet niemand dat hij biologisch een vrouw is.
Voldeed Marcus toen hij eenmaal zijn draai had gevonden in zijn leven als vrouw aan de criteria voor genderdysforie? Nee. Marcus leidt een gelukkig leven (zonder lijden of disfunctioneren) als transgender.