Op een casus gebaseerde vragen

Op een casus gebaseerde vragen

A Mevrouw Cranenburgh is een 45-jarige vrouw die als be­drijfs­ac­coun­tant bij een softwarebedrijf werkt. Op haar twintigste, toen ze nog op het hbo zat, ontwikkelde ze plotseling en zonder duidelijke reden een angst die ze zelf eigenaardig vond: ze maakte zich er ineens zorgen over dat ze per ongeluk op een baby was gestapt tijdens het joggen die ochtend. Ze kon niet zeggen hoe er een baby op het afgelegen pad langs de rivier waar ze rende had kunnen liggen, of hoe ze daarover gestruikeld zou kunnen zijn, maar haar behoefte om te controleren of dit was gebeurd was zo intens dat ze vanaf dat moment elke keer na het joggen het parcours nogmaals afliep, maar nu wandelend in een langzaam tempo, waarbij ze het pad nauwgezet onderzocht op enig bewijs van haar ‘misdrijf’. Als gevolg van dit tijdrovende patroon miste mevrouw Cranenburgh ’s morgens lessen, maar zodra het ritueel was afgerond kon ze zich richten op de lessen in de middag en op het leren ’s avonds.

Lijdt mevrouw Cranenburgh aan OCS? Haar symptoom kan worden omschreven als een zich herhalende, intrusieve gedachte waarvan ze erkent dat die ongewoon is en die inhoudt dat ze iemand onbedoeld pijn heeft gedaan. Ze heeft controlegedrag ontwikkeld dat bedoeld is om zekerheid te bieden en onrustgevoelens te verminderen. Haar leven werd hierdoor negatief beïnvloed doordat haar stu­die­pres­ta­ties eronder leden. Dit beeld is consistent met de classificatie OCS.

B Na haar studie is mevrouw Cranenburgh gestopt met joggen, omdat ze in haar baan in het bedrijfsleven niet de mogelijkheid had om ’s ochtends later te beginnen. Twee decennia later heeft haar meer sedentaire levensstijl ertoe bijgedragen dat ze is aangekomen en een hoge bloeddruk heeft. Met het opgeven van het hardlopen zijn echter niet de compulsies of de angst die daar de trigger voor was verdwenen. Haar ongerustheid is in de loop der jaren veranderd, maar ging niet weg. Tegenwoordig moet mevrouw Cranenburgh 20 minuten rijden van haar huis naar haar werk. Afhankelijk van hoe ongerust ze is, maakt ze die reis soms twee keer achter elkaar; de tweede keer volgt ze exact dezelfde route om vast te stellen dat ze tijdens haar eerste poging om op het werk te komen geen baby heeft overreden. Op wat ze haar ‘slechte dagen’ noemt, moet ze zelfs voor extra geruststelling haar banden controleren.

Wat vertelt de ontwikkeling van de symptomen in deze casus ons tot nog toe over het beloop van OCS? OCS is doorgaans een chronische ziekte met een wisselend beloop. Specifieke symptomen veranderen vaak, ongeacht of ze variëren binnen hetzelfde algemene thema (zoals in dit voorbeeld) of verschillende thema’s krijgen. De symptomen worden met de tijd erger, en dragen direct of, zoals in dit geval, indirect bij aan somatische problemen.

C Ondanks dat ze door de jaren heen met OCS worstelde, is het mevrouw Cranenburgh gelukt om twee gezonde kinderen op te voeden en een redelijke mate van professionele voldoening te halen uit haar werk. Tot voor kort heeft zij nooit professionele hulp voor haar klachten gezocht en ze zegt dat ze heeft geleerd om zich eraan ‘aan te passen’, waarbij ze op sommige dagen tijd reserveert om haar klachten ‘tot rust te brengen’.

Waarom heeft mevrouw Cranenburgh zich niet eerder voor behandeling aangemeld? Hoewel de symptomen van OCS zich vaak vroeg manifesteren, is het niet ongebruikelijk dat mensen behandeling uitstellen of helemaal geen hulp zoeken. Redenen zijn onder andere een gebrek aan toegang tot zorg, schaamte over het onthullen van de symptomen, het stigma van een psychiatrische classificatie, de mogelijkheid om zich op bepaalde manieren aan te passen aan de aandoening, gebrekkige kennis van de pathologische aard van de symptomen, en de neiging om de symptomen als eigenaardige per­soon­lijk­heids­trek­ken te zien.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.