Vragen om te bespreken met collega’s en docenten
Vragen om te bespreken met collega’s en docenten
1Screen jij patiënten systematisch op stoornissen in de categorie obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen? Zo ja, welke vragen gebruik je voor elke stoornis? Hoe definieer je dan bijvoorbeeld de begrippen ‘obsessie’ en ‘compulsie’ bij mensen die je onderzoekt?
2Hoe reageer je wanneer je wordt geconfronteerd met verontrustende symptomen van obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen (bijvoorbeeld wanneer iemand je vertelt over zijn of haar obsessie om iemand anders neer te steken terwijl hij of zij geen wens of intentie heeft om dit te doen, of wanneer je een onverzorgd persoon ontmoet wiens verzameldrift heeft geleid tot onhygiënische omstandigheden thuis die zijn of haar persoonlijke hygiëne zichtbaar hebben aangetast)?
3Hoe bepaal je of OCS (of een andere aandoening in dit hoofdstuk) de ‘beste verklaring’ biedt voor iemands klachten?
4Hoe beoordeel je het ‘realiteitsbesef’ van patiënten met een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis?