Antwoorden
Antwoorden
1Nee. Mensen met een insomniastoornis kunnen moeite hebben met in slaap vallen, moeite met doorslapen, ’s ochtends vroeg wakker worden, een niet-verkwikkende slaap hebben, of een combinatie van deze symptomen.
2De meest waarschijnlijke classificatie is een circadianeritme-slaap-waakstoornis, type verlate slaapfase.
3De classificatie narcolepsie kan bevestigd worden door een onderzoek naar hypocretinedeficiëntie.
4Voor de classificatie narcolepsie moet de remslaaplatentie bij polysomnografie ≥ 15 minuten zijn.
5Snurken kan een aanwijzing zijn voor obstructieve slaapapneu/hypopneu, maar alleen in combinatie met symptomen overdag (bijvoorbeeld slaperigheid, vermoeidheid en/of een niet-verkwikkende slaap) en ≥ 5 obstructieve apneus en/of hypopneus per uur slaap.
6Somatische aandoeningen die comorbide kunnen voorkomen bij het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom zijn onder andere hypertensie, cardiovasculaire ziekte, cerebrovasculaire ziekte, diabetes mellitus, obesitas, gastrooesofageale reflux en erectiestoornissen.
7Bij iemand met congestief hartfalen kan centrale slaapapneu worden gezien. Hoewel iemand met congestief hartfalen kan lijden aan obstructieve slaapapneu/hypopneu, een insomniastoornis of een andere slaap-waakstoornis, is het ook van belang om de mogelijke aanwezigheid van centrale slaapapneu te overwegen.
8De vrouw heeft waarschijnlijk een circadianeritme-slaap-waakstoornis, type vervroegde slaapfase. Mensen met deze stoornis gaan eerder naar bed en worden eerder wakker dan ze willen. Als deze mensen proberen op te blijven om televisie te kijken of deel te nemen aan sociale activiteiten kunnen zij later naar bed gaan, maar worden ze vaak nog steeds vroeg wakker, en krijgen dus enigszins last van slaapdeprivatie, met slaperigheid overdag en verminderd functioneren als gevolg.
9De nachtmerriestoornis moet hier worden overwogen, maar ook PTSS is duidelijk het overwegen waard bij een veteraan die nachtmerries heeft.
10Deze man beschrijft mogelijk symptomen van de remslaapgedragsstoornis, die meestal bestaat uit vocalisaties of het handelen naar dromen, waarbij de persoon in kwestie zichzelf of zijn of haar bedpartner mogelijk pijn doet. De symptomen treden op tijdens de remslaap, wanneer er normaliter sprake is van paralyse van willekeurige spieren. De remslaapgedragsstoornis hangt samen met bepaalde neurodegeneratieve aandoeningen, zoals de ziekte van Parkinson, multisysteematrofie of lewylichaampjesdementie; neurologisch onderzoek kan ook geïndiceerd zijn.