Antwoorden
Antwoorden
1De tien klassen middelen zijn alcohol, cafeïne, cannabis, hallucinogenen (waaronder fencyclidine), inhalantia, opioïden, hypnotica en anxiolytica, stimulantia, tabak, en andere (of onbekende) middelen.
2Doorgaans duren de symptomen van een psychische stoornis door een middel slechts kort. De duur is dan gerelateerd aan de effecten van het middel (bijvoorbeeld een angststoornis door cannabis, met begin tijdens intoxicatie versus een gegeneraliseerde-angststoornis), maar middelengebruik en andere psychische stoornissen kunnen ook comorbide zijn.
3Meestal treedt een eerste alcoholintoxicatie op halverwege de tienerjaren.
4De meerderheid van de mensen die een alcoholgerelateerde stoornis ontwikkelen doen dat voor de leeftijd van 40 jaar.
5Alcoholonttrekking wordt gekenmerkt door symptomen die zich ongeveer 4–12 uur na een vermindering van langdurig zwaar alcoholgebruik ontwikkelen.
6Cannabinoïden zijn de meest gebruikte drugs in Europa en de Verenigde Staten.
7De stoornis in cannabisgebruik komt vaker voor bij volwassen mannen (2,2%) dan bij vrouwen (0,8%), en vaker bij jongens van 12 tot 17 jaar (3,8%) dan bij meisjes van dezelfde leeftijd (3,0%).
8De abrupte stopzetting van het dagelijkse gebruik leidt vaak tot een cannabisonttrekkingssyndroom, met symptomen als prikkelbaarheid, woede, angst, sombere stemming, rusteloosheid, slaapproblemen, en verminderde eetlust of gewichtsverlies.
9Mensen kunnen beginnen met het gebruik van stimulantia in een poging om gewicht te verliezen of om de prestaties op school, het werk of op sportief gebied te verbeteren.
10Bij intraveneus gebruik of roken kan een stoornis in het gebruik van een stimulantium zich snel ontwikkelen en in de loop van weken tot maanden erger worden. Oraal gebruik resulteert gewoonlijk in een langer traject (van maanden tot jaren).
11De grote meerderheid van de mensen die zich melden voor behandeling van een stoornis in het gebruik van een stimulantium rookt het middel; injecteren of snuiven van stimulantia komt minder vaak voor.
12Episodisch gebruik van stimulantia houdt in dat perioden van gebruik afgewisseld worden met perioden van minimaal twee dagen niet gebruiken.
13Periodiek excessief gebruik houdt in dat gedurende een periode van enkele uren tot dagen hoge doseringen worden gebruikt.
14Tabakgerelateerde stoornissen beginnen in het algemeen in de adolescentie.
15Een hoofdkenmerk van een stoornis in tabaksgebruik is dat mensen veel mislukte pogingen hebben gedaan om te stoppen.
16Een intoxicatiesyndroom is niet van toepassing op tabak, maar onttrekking komt vaak voor en de ernst ervan dient beoordeeld te worden.
17Tabaksonttrekkingssymptomen beginnen meestal binnen 24 uur na het stoppen of verminderen van tabaksgebruik, pieken na twee tot drie dagen onthouding en houden twee tot drie weken aan.
18De hunkering naar tabak houdt lang aan nadat mensen zijn gestopt met roken en draagt bij aan terugval.