Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Het vereiste van minstens twee van de vier A-criteria voor elke van de zes specifieke per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen is gebaseerd op het empirische gegeven dat dit het optimale aantal criteria is voor de bijbehorende per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Diagnostische drempelwaarden voor de B-criteria zijn eveneens empirisch vastgesteld, en wel om de kans te verlagen dat er een afwijking ontstaat in de prevalentie van de per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen volgens de DSM-IV, om de overlap met de andere per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen te beperken, en om de overeenstemming in functionele beperkingen te optimaliseren. De uiteindelijke sets bevatten betrouwbare clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen die klinisch relevant zijn wat betreft de voornaamste beperkingen in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren, de uiteenlopende mate van ernst en de combinatie van pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.