Andere gespecificeerde dissociatieve stoornis
Other specified dissociative disorder
F44.8
Deze classificatie is van toepassing op klinische beelden waarbij symptomen die kenmerkend zijn voor een dissociatieve stoornis klinisch significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaken in het sociale of beroepsmatige functioneren of het functioneren op andere belangrijke terreinen, maar die niet volledig voldoen aan de criteria voor een van de stoornissen in de categorie dissociatieve stoornissen. De classificatie andere gespecificeerde dissociatieve stoornis wordt gebruikt in situaties waarin de clinicus ervoor kiest om te vermelden wat de specifieke reden is waarom het klinische beeld niet voldoet aan de criteria voor een specifieke dissociatieve stoornis. Dat wordt gedaan door de specificatie ‘andere gespecificeerde dissociatieve stoornis’ te registreren, gevolgd door de specifieke reden (bijvoorbeeld ‘dissociatieve trance’).
De volgende voorbeelden van klinische beelden kunnen worden gespecificeerd door het predicaat ‘andere gespecificeerde’ te gebruiken:
1Chronische en recidiverende syndromen van gemengde dissociatieve symptomen Deze categorie bestaat uit een identiteitsstoornis die samenhangt met minder duidelijke discontinuïteiten in de zelfbeleving en het gevoel van zelfcontrole, of identiteitsveranderingen of episoden van bezetenheid bij iemand die geen dissociatieve amnesie rapporteert.
2Identiteitsstoornis door langdurige en intense gedwongen gedachtebeïnvloeding Mensen die onderworpen zijn geweest aan intensieve gedwongen gedachtebeïnvloeding (zoals hersenspoelen of indoctrinatie tijdens gevangenschap, marteling of langdurige politieke opsluiting, of tijdens lidmaatschap van sekten of terreurorganisaties) kunnen klachten presenteren over langdurige veranderingen in, of grote twijfel over hun identiteit.
3Acute dissociatieve reacties op stressvolle gebeurtenissen Deze categorie is bestemd voor acute, voorbijgaande aandoeningen die meestal minder dan één maand duren, en soms slechts een paar uur of enkele dagen. Deze aandoeningen worden gekenmerkt door bewustzijnsvernauwing; depersonalisatie; derealisatie; dispercepties (zoals vertraagde tijd, macropsie); microamnesieën; voorbijgaande stupor; en/of veranderingen in het sensorisch-motorische functioneren (zoals analgesie, paralyse).
4Dissociatieve trance Deze aandoening wordt gekenmerkt door een acute vernauwing of compleet verlies van het bewustzijn van de directe omgeving, die zich manifesteert als een zeer ernstig gebrek aan responsiviteit of ongevoeligheid voor omgevingsprikkels. Het gebrek aan responsiviteit kan gepaard gaan met lichte motorische stereotypieën (zoals vingerbewegingen), waarvan de betrokkene zich niet bewust is en/of die hij of zij niet kan beheersen, en met voorbijgaande paralyse of bewusteloosheid. De dissociatieve trance is geen normaal onderdeel van een algemeen aanvaard collectief cultureel of religieus gebruik.