Cafeïne-intoxicatie
a Inclusie: Vereist zijn klinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen kort na het gebruik van cafeïne, doorgaans ruim meer dan 250 mg (twee tot drie kopjes), zoals blijkt uit minstens vijf van de volgende klachten.
i Rusteloosheid: Vond u het de afgelopen uren moeilijker dan normaal om rustig te blijven?
ii Nervositeit: Voelde u zich de afgelopen paar uur meer schrikkerig of nerveus dan normaal?
iii Opwinding: Was u de afgelopen uren meer opgewonden dan normaal?
iv Insomnia: Kon u de afgelopen uren (als u wilde slapen), moeilijker dan normaal in slaap vallen of doorslapen?
v Rode gelaatskleur
vi Diurese: Moest u de afgelopen uren vaker plassen dan normaal, en ook in een grotere hoeveelheid?
vii Gastro-intestinale klachten: Heeft u de afgelopen uren last gehad van uw maag, was u misselijk, moest u braken of had u diarree?
viii Spiertrekkingen: Heeft u de afgelopen uren gemerkt dat u meer spiertrekkingen heeft dan normaal?
ix Onsamenhangend denken en spreken: Heeft uzelf of iemand anders de afgelopen uren gemerkt dat uw denken of spreken langdradig was of zelfs verward?
x Tachycardie of cardiale aritmie
xi Perioden met onuitputtelijke energie: Heeft u de afgelopen uren het gevoel gehad dat u nooit moe zou worden?
xii Psychomotorische agitatie
b Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de klachten kunnen worden toegeschreven aan een somatische aandoening of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.
c Andere mogelijkheid: Als iemand problemen ervaart die samenhangen met het gebruik van cafeïne maar die niet als cafeïne-intoxicatie, cafeïneonttrekkingssyndroom of angststoornis door cafeïne kunnen worden geclassificeerd, kunt u denken aan de classificatie ongespecificeerde cafeïnegerelateerde stoornis.