Het hoofdkenmerk van intoxicatie door een hypnoticum of anxiolyticum is de aanwezigheid van een klinisch significante mate van onaangepaste psychische en ge­drags­ver­an­de­rin­gen (zoals ongepast seksueel of agressief gedrag, stem­mingsla­bi­li­teit, verminderd oor­deels­ver­mo­gen, beperkingen in het sociale of beroepsmatige functioneren) die tijdens of kort na het gebruik van een hypnoticum of anxiolyticum zijn ontstaan (criteria A en B). Net als bij andere middelen met een dempende werking op de hersenen, zoals alcohol, kan dit gedrag gepaard gaan met ongearticuleerd spreken, co­ör­di­na­tie­stoor­nis­sen (zodanig dat dit de rijvaardigheid beïnvloedt en het uitvoeren van gebruikelijke activiteiten bemoeilijkt en een val of auto-ongeluk kan veroorzaken), onvast lopen, nystagmus, cognitieve beperkingen (aandachts- of ge­heu­gen­pro­ble­men) en stupor of coma (criterium C). Een opvallend kenmerk van intoxicatie door een hypnoticum of anxiolyticum is een ge­heu­gen­stoor­nis, die meestal wordt gekenmerkt door een anterograde amnesie die doet denken aan de black-outs bij alcohol. Dit kan storend zijn voor de betrokkene. De symptomen mogen niet zijn toe te schrijven aan een somatische aandoening en kunnen niet beter door een andere psychische stoornis worden verklaard (criterium D). Er kan een intoxicatie optreden bij mensen die deze middelen op recept krijgen, bij mensen die de medicatie van vrienden of familie lenen, of bij mensen die de middelen met opzet gebruiken om het effect van een intoxicatie te bewerkstelligen. Omdat hypnotica en anxiolytica vaak in combinatie met andere psychoactieve stoffen worden gebruikt, kan het moeilijk zijn om vast te stellen of de gevolgen voor het functioneren toe te schrijven zijn aan een hypnoticum of anxiolyticum of aan het gebruik van meerdere middelen.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.