Let op: deze stoornis is opgenomen in Deel III van de DSM-5-TR en is dus nog geen officiële stoornis.

Typische kenmerken van de schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis zijn beperkingen in het vermogen tot het aangaan van sociale en hechte relaties, excentrieke cognities, percepties en gedragingen, die gekoppeld zijn aan een verstoord zelfbeeld en onsamenhangende persoonlijke doelen, en die gepaard gaan met achterdocht en ingeperkte uitingen van emoties. Karakteristieke moeilijkheden komen tot uiting in de identiteit, zelfsturing, empathie en/of intimiteit, zoals hierna beschreven, samengaand met specifieke maladaptieve trekken in de domeinen psychoticisme en af­stan­de­lijk­heid.

VOORSTEL VOOR CRITERIA

  1. Matige of ernstigere beperking in het per­soon­lijk­heids­func­ti­o­ne­ren, zich manifesterend in karakteristieke moeilijkheden op twee of meer van de volgende vier terreinen
    1. Identiteit Verwarring over begrenzing tussen het zelf en anderen; vertekend zelfconcept; uitingen van emoties zijn vaak niet congruent met de context of met innerlijke ervaringen.
    2. Zelfsturing Onrealistische of incoherente doelstellingen; geen duidelijke eigen innerlijke maatstaven.
    3. Empathie Uitgesproken moeite om de uitwerking van het eigen gedrag op anderen te begrijpen; frequent optredende mis­in­ter­pre­ta­ties van andermans motieven of gedrag.
    4. Intimiteit Aanzienlijke beperkingen in het aangaan van hechte relaties, gepaard gaand met wantrouwen en angst.
  2. Vier of meer van de volgende zes pathologische per­soon­lijk­heids­trek­ken:
    1. Cognitieve en perceptuele disregulatie (een facet van psychoticisme): Vreemde of ongebruikelijke denkprocessen; gedachten of spreken zijn vaag, wijdlopig, metaforisch, over­ge­de­tail­leerd, of vol stereotypen; merkwaardige sensaties in diverse sensorische modaliteiten.
    2. Ongewone overtuigingen en ervaringen (een facet van psychoticisme): Gedachte-inhoud en visie op de werkelijkheid zijn volgens anderen bizar of idiosyncratisch; ongewone ervaringen van de realiteit.
    3. Excentriciteit (een facet van psychoticisme): Vreemd, ongebruikelijk of bizar gedrag of uiterlijk; zegt ongebruikelijke of ongepaste dingen.
    4. Ingeperkte affectiviteit (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Weinig reactie op situaties die emotie opwekken; ingeperkte emotionele ervaringen en expressie; on­ver­schil­lig­heid of emotionele kilte.
    5. Sociale te­rug­ge­trok­ken­heid (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Liever alleen zijn dan met anderen; te­rug­hou­dend­heid in sociale situaties; vermijding van sociale contacten en activiteiten; gebrek aan initiatief tot sociaal contact.
    6. Achterdocht (een facet van af­stan­de­lijk­heid): Verwachting van — en gevoeligheid voor tekenen die duiden op — slechte bedoelingen of kwaadwilligheid van anderen; twijfels over loyaliteit en betrouwbaarheid van anderen; gevoel achtervolgd te worden.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.