Specificaties van persoonlijkheidstrekken en van het persoonlijkheidsfunctioneren kunnen gebruikt worden om aanvullende persoonlijkheidskenmerken te registreren die aanwezig kunnen zijn bij een dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis, maar die zijn niet vereist voor de classificatie. Bijvoorbeeld: andere facetten van negatieve affectiviteit (bijvoorbeeld ongerustheid) zijn weliswaar geen classificatiecriteria voor de dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (zie criterium B), maar deze persoonlijkheidstrekken kunnen wel worden gespecificeerd, indien ze van toepassing zijn. Een matige of ernstigere beperking in het persoonlijkheidsfunctioneren is vereist voor de classificatie dwangmatige-persoonlijkheidsstoornis (criterium A), maar daarnaast kan ook het niveau van persoonlijkheidsfunctioneren worden gespecificeerd.