Opvoedingsproblemen
Z62.8
Ouder-kindrelatieprobleem
- Ouder-biologisch kind
- Ouder-geadopteerd kind
- Ouder-pleegkind
- Andere verzorger-kind
In deze classificatie wordt het woord ‘ouder’ gebruikt om een van de primaire verzorgers van het kind aan te duiden. Dit kan een biologische, adoptief- of pleegouder zijn, of een ander familielid (bijvoorbeeld een grootouder) die een ouderrol voor het kind vervult. Deze classificatie kan worden gebruikt wanneer de belangrijkste reden voor zorg vooral bestaat uit de kwaliteit van de ouder-kindrelatie of wanneer de kwaliteit van de ouder-kindrelatie een negatieve invloed heeft op het beloop, de prognose of de behandeling van een psychische stoornis of somatische aandoening. Problemen in de ouder-kindrelatie gaan vaak gepaard met beperkingen in het functioneren in het gedragsdomein, het cognitieve domein of het affectieve domein.
Gedragsproblemen zijn bijvoorbeeld: inadequaat ouderlijk toezicht, onvoldoende leiding en te weinig betrokkenheid bij het kind; overbeschermende ouders; overmatige druk uitgeoefend door de ouders; ruzies die escaleren in bedreiging met lichamelijk geweld; en probleemvermijding zonder tot een oplossing te komen. Cognitieve problemen zijn onder andere: het negatief opvatten van wat de ander bedoelt, vijandigheid tegenover de ander of de ander tot zondebok maken, en ongegronde gevoelens van vervreemding. Affectieve problemen zijn bijvoorbeeld zich verdrietig, apathisch of boos voelen over de ander in de relatie. Clinici moeten hierbij rekening houden met de ontwikkelingsbehoeften van het kind, en ook met de culturele context.
Z62.8
Relatieprobleem tussen brussen (siblings)
Deze classificatie kan worden gebruikt wanneer een reden voor zorg bestaat uit een interactiepatroon tussen brussen (broers en zussen) dat gepaard gaat met significante beperkingen in het individuele of gezinsfunctioneren of het ontstaan van klachten en verschijnselen bij een of meer van de brussen, of wanneer een relatieprobleem tussen brussen een negatieve invloed heeft op het beloop, de prognose of de behandeling van de psychische stoornis of somatische aandoening van een broer of zus. Deze classificatie kan, zolang het gaat om de relaties tussen brussen, zowel voor kinderen als volwassenen worden gebruikt. Brussen kunnen in deze context zijn: biologische broers en zussen, halfbroers en -zussen, pleegbroers en -zussen en geadopteerde broers en zussen.
Z63.0
Partner-relatieprobleem
Deze classificatie kan worden gebruikt wanneer de voornaamste reden voor zorg bestaat uit de kwaliteit van de relatie tussen twee levenspartners (gehuwd of ongehuwd), of wanneer de kwaliteit van deze relatie een negatieve invloed heeft op het beloop, de prognose of de behandeling van een psychische stoornis of somatische aandoening. De partners kunnen hetzelfde gender hebben. De problemen in de relatie met de partner hangen doorgaans samen met beperkingen in het functioneren in het gedragsdomein, het cognitieve domein of het affectieve domein. Gedragsproblemen zijn bijvoorbeeld: moeite met conflictoplossing, terugtrekking en overbetrokkenheid. Cognitieve problemen kunnen zich uiten als het chronisch toeschrijven van negatieve kenmerken aan de bedoelingen van de ander of het terzijde schuiven van het positieve gedrag van de partner. Affectieve problemen zijn onder andere verdriet, apathie en/of boosheid over de partner.