Intoxicatie door een inhalantium
a Inclusie: Vereist zijn minstens twee van de volgende verschijnselen, na recente opzettelijke of onbedoelde kortdurende blootstelling aan een hoge dosering van een inhalantium.
i Duizeligheid: Bent u bij het gebruik van het middel in kwestie duizelig of verliest u gauw uw evenwicht?
ii Nystagmus
iii Coördinatiestoornissen: Merkt u bij het gebruik van het middel in kwestie dat uw evenwicht niet goed werkt en dat u moeite heeft met lopen of met andere bewegingen?
iv Ongearticuleerd spreken
v Onzekere gang
vi Lethargie: Voelt u zich na het gebruik van het middel in kwestie heel erg slaperig of heeft u geen puf meer?
vii Verlaagde reflexen
viii Psychomotorische vertraging
ix Tremor
x Gegeneraliseerde spierzwakte
xi Wazig zien of dubbelzien: Ziet u wazig bij het gebruik van het middel in kwestie, of ziet u dubbel?
xii Stupor of coma
xii Euforie: Voelt u zich na het gebruik van het middel in kwestie psychisch of lichamelijk gelukzalig of heel erg uitgelaten of blij?
b Inclusie: Vereist zijn klinisch significante problematische gedrags- of psychische veranderingen. Heeft u gemerkt dat u als u het middel in kwestie gebruikt heel anders denkt of zich heel anders gedraagt? Heeft u dingen gedaan of gedacht die problematisch waren en die u niet zou hebben gedaan of gedacht als u het middel niet zou hebben gebruikt?
c Exclusie: Kies niet voor deze classificatie als de klachten kunnen worden toegeschreven aan een somatische aandoening of beter kunnen worden verklaard door een andere psychische stoornis, waaronder intoxicatie door een ander middel.