Stoornissen in de communicatie zijn deficiënties in taal, spraak en communicatie. Spraak is de expressieve productie van klanken, zoals articulatie, vloeiendheid, stem en resonantiekwaliteit. Taal bestaat uit de vorm, de functie en het door regels bepaalde gebruik van een op conventies berustend systeem van symbolen (gesproken woorden, gebarentaal, geschreven woorden, afbeeldingen) ten behoeve van de communicatie. Communicatie is elk verbaal of non-verbaal gedrag (al dan niet intentioneel) dat de intentie heeft om het gedrag, de gedachten en houding van een andere persoon te beïnvloeden. Bij onderzoek van de spraak-, taal- en communicatievermogens dient men rekening te houden met de culturele en linguïstische context, vooral bij mensen die in een tweetalige omgeving opgroeien. De gestandaardiseerde meetinstrumenten van taalontwikkeling en van de non-verbale verstandelijke vermogens moeten toegesneden zijn op de culturele en linguïstische groep (tests die voor een bepaalde groep zijn ontwikkeld en gestandaardiseerd, leveren mogelijk geen geschikte normering op voor een andere groep). De communicatiestoornissen omvatten de volgende stoornissen: de taalstoornis, de spraakklankstoornis, de stoornis in de spraakvloeiendheid ontstaan in de kindertijd (ontwikkelingsstotteren), de sociale (pragmatische) communicatiestoornis, en andere gespecificeerde en ongespecificeerde communicatiestoornissen. Geslachtsverschillen in de ontwikkeling van de vroege communicatie kunnen aanleiding geven tot hogere prevalentiecijfers voor communicatiestoornissen bij jongens in vergelijking met meisjes. Gezien de bijkomende kenmerken van de communicatiestoornissen en de relatie tussen communicatie en andere ontwikkelingsdomeinen, hebben communicatiestoornissen een hoge mate van comorbiditeit met andere neurobiologische ontwikkelingsstoornissen (zoals de autismespectrumstoornis, aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, specifieke leerstoornis, verstandelijke-ontwikkelingsstoornis (verstandelijke beperking)), psychische stoornissen (zoals angststoornissen) en sommige somatische aandoeningen (convulsiestoornissen, specifieke chromosomale afwijkingen).