Studieproblemen

    Rosemary Tannock, PhD

    Bespreking

    Conrad heeft een voor­ge­schie­de­nis van ADHS. Toen hij op 9-jarige leeftijd voor het eerst werd onderzocht, gold voor de DSM-IV-criteria voor ADHS dat zes van de negen criteria aanwezig moesten zijn uit één van de twee categorieën: aandachtstekort of hyperactiviteit/impulsiviteit (en daarnaast dat de problemen voor de leeftijd van 7 jaar waren begonnen). Hij heeft destijds de classificatie ADHS, gecombineerde type, toegekend gekregen, een aanwijzing dat in de ge­spe­ci­a­li­seer­de praktijk waar hij werd onderzocht, minstens zes symptomen uit beide gebieden zijn gevonden.

    Conrad is nu 19 jaar, en uit de ca­sus­be­schrij­ving blijkt dat hij vijf verschillende symptomen heeft van onoplettendheid en twee symptomen uit het domein hyperactiviteit en impulsiviteit. Dit lijkt een aanwijzing voor een verbetering in de symptomen. Partiële remissie van ADHS met het opgroeien komt veel voor, en dat geldt vooral voor de symptomen van hyperactiviteit. Op grond van de criteria in de DSM-IV zou er sprake zijn van remissie van de ADHS van Conrad. In de DSM-5 geldt echter een lagere drempel, van vijf in plaats van zes symptomen in één van beide categorieën. Conrad voldoet dan ook nog steeds aan dit clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ri­um voor ADHS.

    Dit neemt niet weg dat het ook belangrijk is om alternatieve verklaringen in overweging te nemen, en een van de mogelijkheden daarvoor is dat de actuele symptomen van Conrad beter door een stem­mings­stoor­nis worden verklaard. De afgelopen maanden heeft Conrad symptomen gehad van angst en depressiviteit, maar zijn onoplettendheid en slechte concentratie treden kennelijk niet alleen op tijdens deze episoden en worden er ook niet door verergerd. Zijn ADHS-symptomen zijn chronisch en zijn ontstaan in zijn kindertijd, zonder dat er destijds sprake was van bijkomende symptomen van een stemmings- of angststoornis. Conrads huidige depressieve symptomen lijken bovendien pas ongeveer één week te bestaan, terwijl zijn leerproblemen een chronisch karakter hebben.

    Leer­moei­lijk­he­den komen veel voor bij ADHS, ook zonder dat er sprake is van een specifieke leerstoornis (SLS), al komen ook specifieke leerstoornissen vaak comorbide met ADHS voor. Al voordat Conrad opnieuw psychologisch werd getest waren er sterke aanwijzingen dat hij in het verleden meerdere problemen had ondervonden waardoor het waar­schijn­lij­ker was dat er sprake was van SLS. Het praten in zijn moedertaal, het Duits, was laat op gang gekomen, en lezen ging langzaam in zowel het Duits als het Nederlands; op de middelbare school had hij extra ondersteuning gekregen (en dankzij die ondersteuning goed gepresteerd). Al deze bevindingen wijzen in de richting van SLS, en dan is er nog de positieve familieanamnese voor leerstoornissen.

    In het eerste psychologische onderzoek was een leerstoornis niet bevestigd omdat Conrad toen niet voldeed aan de voor een classificatie van SLS vereiste discrepantie tussen zijn IQ en leerprestaties. Dit dis­cre­pan­tie­cri­te­ri­um is na nog weer een decennium van onderzoek weggelaten in de DSM-5. Deze verandering rechtvaardigt het doen van hernieuwd onderzoek bij oudere adolescenten.

    Het nieuwe psychologische onderzoek geeft aan dat er sprake is van een matig ernstige SLS. Aangezien de leer­moei­lijk­he­den van Conrad al tijdens zijn schooljaren zijn begonnen en nog steeds studieproblemen veroorzaken, voldoet hij aan de DSM-5-clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor SLS. Als de informatie over Conrads ADHS en SLS bekend wordt bij de universiteit, zal dit hem toegang verschaffen tot extra voorzieningen en hulpmiddelen voor de studie, met als verwacht resultaat dat deze hem gemakkelijker af zal gaan.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.