Paniek

    Carlo Faravelli, MD

    Maartje Gommers is een 23-jarige alleenstaande vrouw die door haar cardioloog voor een psychiatrisch onderzoek is doorverwezen. In de voorafgaande twee maanden heeft zij zich tot vier keer toe bij de spoedeisende-hulpafdeling (SEH) gemeld, vanwege acute hartkloppingen, kortademigheid, zweten, trillen, en omdat ze bang was dat ze doodging. Deze gebeurtenissen hadden steeds een plotseling begin. Binnen enkele minuten bereikten de symptomen een piek, waarna zij zich bang en uitgeput voelde, en er volledig van overtuigd was dat ze zojuist een hartinfarct had gehad. De lichamelijke onderzoeken die direct na deze episoden in gang werden gezet, leverden normale bevindingen, vitale functies, la­bo­ra­to­ri­um­uit­sla­gen, toxicologische uitslagen en ecg’s op.

    Patiënte vertelt dat ze in de voorafgaande drie maanden vijf van deze aanvallen heeft gehad, waarbij de paniek haar overviel op haar werk, thuis en tijdens het autorijden. Ze was voortdurend bang voor nieuwe aanvallen, waardoor ze geregeld thuis bleef van haar werk, en li­chaams­be­we­ging, autorijden en koffie vermeed. Ze sliep slecht en ook haar stemming nam af. Ze ging sociale contacten zo veel mogelijk uit de weg. De geruststelling van vrienden en artsen legde ze naast zich neer; ze was ervan overtuigd dat de uitslagen van lichamelijke onderzoeken negatief waren omdat ze werden uitgevoerd toen de klachten al weer waren verdwenen. Ze bleef het gevoel hebben dat er iets met haar hart niet in orde was, en dat ze daar zonder een goede diagnose aan zou doodgaan. Nadat ze weer een paniekaanval kreeg, midden in de nacht tijdens haar slaap, stemde ze eindelijk in om naar een psychiater te gaan.

    Volgens patiënte is er geen sprake van eerdere psychiatrische aandoeningen, behalve een angst tijdens haar kindertijd, die destijds als ‘schoolfobie’ werd bestempeld.

    Moeder van patiënte heeft vier jaar geleden suïcide door overdosering gepleegd, in het kader van een recidiverende depressieve stoornis. Tijdens het onderzoek woont patiënte bij haar vader en twee jongere brussen. Patiënte is na de afronding van haar middelbare school als telefoniste gaan werken. Ze heeft op dit moment geen verkering. Verder zijn er geen bijzonderheden in de familieanamnese en de so­ci­o­bi­o­gra­fi­sche anamnese.

    Bij onderzoek wordt een angstig ogende, coöperatieve en coherente jonge vrouw gezien. Haar cognitieve functies zijn intact, haar realiteitsbesef is beperkt en haar oor­deels­ver­mo­gen is goed. Er zijn geen manifeste psychotische symptomen. Ze is niet somber, maar maakt een bezorgde indruk en is gepreoccupeerd met het idee dat zij een hartaandoening heeft. Er is geen sprake van suïcidaliteit.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.