Bespreking
In deze casus is goed te zien hoe somatische en psychische factoren op complexe manieren in elkaar grijpen en van invloed zijn op klachten, emoties, gedragingen en de medische behandeling. Doordat patiënte gedeelten van de behandeling weigert (namelijk de CPAP) belemmert ze een optimale behandeling en draagt ze wellicht zelfs bij aan een negatief resultaat (intubatie). Haar gedrag lijkt samen te hangen met primaire emoties (angst) en met opvattingen met een emotionele lading (dat anderen niet zo goed kunnen weten wat haar lichaam nodig heeft als zijzelf en haar moeder; dat ze in de steek gelaten wordt; dat ze anders is dan andere patiënten). Door haar angst kunnen ook fysiologische veranderingen optreden (bijvoorbeeld hypoxie, cerebrale vasoconstrictie) die de angstbeleving nog kunnen versterken.
De DSM-5-classificatie psychische factoren die somatische aandoeningen beïnvloeden (PFSAB) beschrijft een groep patiënten met een somatische aandoening die negatief beïnvloed wordt door psychische en gedragsfactoren. Die factoren kunnen zijn: psychische lijdensdruk, interpersoonlijke interactiepatronen, copingstijlen en maladaptieve copingstrategieën, zoals ontkenning van symptomen en non-compliantie met medicatie, diagnostiek en behandelingen. De classificatie is bedoeld voor situaties waarin, zoals bij Sofie Finkers, de psychische of gedragsproblemen direct leiden tot een verslechtering van de somatische aandoening.
De differentiële diagnostiek van PFSAB is heel breed. De somatisch-symptoomstoornis (SSS), de ziekteangststoornis (ZAS) en de nagebootste stoornis treden ook op met een wirwar van psychische en lichamelijke klachten en verschijnselen, en geven de clinicus vaak de indruk dat de somatische problemen op de een of andere wijze verweven zijn met onderliggende emotionele problemen. In tegenstelling tot PFSAB beschrijven SSS en ZAS situaties waarin de perceptie van — of de angst voor — lichamelijke symptomen van invloed is op emoties of gedrag, in plaats van andersom. Mensen met een nagebootste stoornis veroorzaken ook wel somatische complicaties door hun gedrag, maar zij zijn er bewust op uit om te misleiden.
Veel psychische stoornissen — van de stoornissen in het gebruik van een middel tot de psychotische, stemmingsgerelateerde en angststoornissen — gaan samen met gedragingen die een comorbide somatische aandoening kunnen verergeren. In zo’n geval is het beter die andere psychische stoornis te noteren in plaats van PFSAB.
Soms geeft de classificatie PFSAB echter verheldering van de situatie, zelfs bij een patiënt met een comorbide psychische stoornis. Zo reageren mensen met een rigide, manipulatieve of anderszins lastige persoonlijkheid vaak problematisch op een somatische ziekte en de ziekenrol, vaak met ernstige gevolgen voor hun medische behandeling. De classificatie PFSAB geeft dan een goede beschrijving in aanvulling op een classificatie die aangeeft welke maladaptieve karaktertrekken er spelen, zoals een persoonlijkheidsstoornis.
De classificaties angststoornis door een somatische aandoening en depressieve- of bipolaire-stemmingsstoornis door een somatische aandoening, waarbij fysiologische veranderingen direct leiden tot angst- respectievelijk stemmingssymptomen, kunnen ook overlappen met PFSAB. De ademhalingsproblemen van patiënte dragen waarschijnlijk bij aan haar angst, maar opvallender in deze casus is hoe haar emoties, overtuigingen en gedragingen haar somatische aandoening beïnvloeden, niet andersom.
Ontkenning van een somatische ziekte is momenteel geen DSM-classificatie, maar wordt in de klinische setting vrij vaak gezien. Het kan worden ondergebracht bij PFSAB. Ontkenning kan bewuste en onbewuste componenten hebben, kan van grote invloed zijn op de medische behandeling en prognose, en kan vele vormen aannemen, van het totaal verwerpen van de somatische aandoening tot subtiele tekenen dat de patiënt afstand neemt van de realiteit (bijvoorbeeld iemand die na het overleven van huidkanker regelmatig ‘vergeet’ zonnebrand op te doen).
PFSAB is een ongebruikelijk heterogene classificatie. Toch kan deze, door het expliciet maken van een situatie waarin psychische en gedragsfactoren van negatieve invloed zijn op een somatische aandoening, tot een effectievere zorg voor de patiënt leiden.