Altijd onder spanning

    Ryan E. Lawrence, MD; Deborah L. Cabaniss, MD

    Bespreking

    Mevrouw van Ittersum is, sinds haar vriend acht maanden geleden de relatie heeft verbroken, gespannen en snel vermoeid, en zij maakt zich extreem veel zorgen. Ze heeft moeite haar aandacht ergens bij te houden. Haar bezorgdheid veroorzaakt lijdensdruk en disfunctioneren en ze zoekt herhaaldelijk geruststelling bij anderen. Hoewel sommige van haar symptomen ook zijn toe te schrijven aan een depressieve-stem­mings­stoor­nis, is van de meeste symptomen van de depressieve stoornis geen sprake. Zij voldoet daarentegen wel aan de criteria voor de DSM-5-classificatie ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis (GAS).

    Om precies te zijn: patiënte heeft een zeer hevige angst ontwikkeld voor het verlaten van haar flat en het betreden van de plaatselijke supermarkt. Deze symptomen lijken erop te wijzen dat patiënte aan de DSM-5-criteria voor agorafobie voldoet, waarvoor vrees voor en vermijding van minstens twee verschillende situaties zijn vereist. Haar ago­ra­fo­bie­symp­to­men duren echter nog maar een paar maanden, en dat is korter dan de zes maanden die in de DSM-5 zijn vereist. Afhankelijk van de vraag of de clinicus van mening is dat de ago­ra­fo­bie­symp­to­men klinische aandacht vereisen, zou patiënte als extra classificatie ‘on­ge­spe­ci­fi­ceer­de angststoornis’ kunnen krijgen (agorafobie zonder de vereiste duur van de symptomen).

    Naast het toekennen van de DSM-5-classificatie is het belangrijk om te onderzoeken welke factoren bij patiënte een luxerende rol voor GAS kunnen hebben gespeeld. Het is niet altijd precies te achterhalen waarom iemand een stemmings- of angststoornis heeft ontwikkeld, maar het bestuderen van de psychosociale stressoren die met het begin van de symptomen samenhangen, kan van nut zijn voor het formuleren en stellen van doelstellingen, en voor de behandeling.

    In deze casus heeft patiënte acute angstsymptomen ontwikkeld nadat haar vriend, met wie ze samenwoonde, de relatie verbrak en zij naar een andere flat verhuisde. Door beide gebeurtenissen raakte zij acuut ernstig van streek. De volgende stap in het beantwoorden van de vraag ‘Waarom nu?’ heeft te maken met de vraag hoe de stressoren verband houden met problemen die in het leven van patiënte al langer een rol spelen. Ze vertelt dat ze ‘nooit erg lang single was (geweest)’ en in haar anamnese wordt gesproken over moeite met gescheiden worden van hech­tings­per­so­nen, beginnend in de kinderjaren. Angst die door scheiding wordt veroorzaakt, kan wijzen op hech­tings­pro­ble­ma­tiek en de hech­tings­stij­len die mensen op volwassen leeftijd hebben, hebben te maken met onze allereerste relaties. Mensen die veilig gehecht zijn, zijn in staat om intieme relaties met anderen aan te gaan, maar kunnen zichzelf ook troosten en reguleren wanneer zij alleen zijn.

    Mensen die onveilig gehecht zijn, klampen zich daarentegen aan hun dierbaren vast en zijn niet in staat om zichzelf te reguleren wanneer zij alleen zijn, en hebben ambivalente gevoelens over de mensen van wie zij afhankelijk zijn. Vanuit deze gedachtegang zouden de symptomen van patiënte kunnen zijn ontstaan door haar onveilige-hechtingsstijl die verband houdt met haar allereerste relatie, die met haar moeder.

    Dat haar moeder het gevoel had dat patiënte ‘zich te veel aan haar vastklampte’ kan hiervoor als aanwijzing worden gezien, evenals dat patiënte een ambivalent gevoel heeft over de steun die haar moeder haar probeert te bieden. Het zou goed zijn meer inzicht te krijgen in de vroegste relaties van patiënte en de soorten problematische hech­tings­pa­tro­nen die zij tijdens haar romantische relaties heeft ontwikkeld. Dergelijke patronen herhalen zich doorgaans binnen de therapeutische relatie, en kunnen bij de behandeling aandacht krijgen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.