Compleet gestrest
Cheryl Munday, PhD; Jamie Miller Abelson, MSW; James Jackson, PhD
Bespreking
Frank voldoet aan criteria voor een aanpassingsstoornis met sombere stemming. Zijn sombere en boze gevoelens, teruggetrokken gedrag en zijn studieproblemen hebben zich ontwikkeld in reactie op twee duidelijke stressoren: de breuk met zijn vriendin en de ontdekking van de identiteit van en daarna de teleurstelling over zijn vader. Zijn symptomen beperken hem in zijn functioneren en hebben niet te maken met twee voor de aanpassingsstoornis diskwalificerende factoren: ze zijn te ernstig voor een normale rouwreactie en ze bestaan niet langer dan zes maanden na de blootstelling aan de stressor en de gevolgen daarvan.
Deze recentste stressoren — de breuk met zijn vriendin en de ontdekking over zijn vader — zijn zeker van belang, maar patiënt worstelt al zijn hele leven met stressoren. Hij is opgegroeid met een alleenstaande moeder die het zwaar had en er waren thuis altijd geldzorgen. Toen hij op de middelbare school zat was zijn moeder werkloos en hij is op relatief jonge leeftijd op eigen benen gaan staan. Dat zijn moeilijke omstandigheden, maar patiënt vertoont ook veel veerkracht: zo slaagde hij er tot voor kort wel in om een fulltimestudie te combineren met een fulltimebaan en een vriendin.
Tussen de regels door valt op te maken dat de auteur van deze casusbeschrijving Frank een aardige jongen vindt die de laatste tijd veel acute stress te verduren heeft en voor wie de relatief lichte classificatie aanpassingsstoornis voldoende is. Hoewel dit inderdaad de meest voor de hand liggende verklaring lijkt voor zijn huidige symptomen, is het belangrijk om niet de mogelijkheid over het hoofd te zien dat er toch sprake is van een stoornis in cannabisgebruik, een slaapstoornis of een meer chronische depressieve-stemmingsstoornis of angststoornis.
Voor de prognose betreffende zijn aanpassingsvermogen op langere termijn is het positief dat patiënt kennelijk gemotiveerd is om zich te laten behandelen. Van Antilliaanse jongelui wordt over het algemeen verwacht dat ze sterk en onafhankelijk zijn, en culturele normen over mannelijkheid maken het voor Antilliaanse mannen extra moeilijk om hulp te zoeken of over hun gevoelens te praten. Het zal voor Frank dan ook geen gemakkelijke stap zijn geweest om naar de therapiepraktijk te komen. Het succes van zijn uiteindelijke behandeling zal waarschijnlijk deels afhangen van zijn alliantie met een therapeut die vertrouwd is met vraagstukken die specifiek te maken hebben met het gender en de etniciteit van deze patiënt. Hij kan bijvoorbeeld een ambitieuze student zijn, maar het is goed mogelijk dat hij ondertussen ook een ambivalente houding koestert ten aanzien van ‘verder leren’. Hard studeren kan in zijn cultuur als ‘iets voor watjes’ worden beschouwd en klagen over psychisch leed als een teken van mannelijke zwakte. Frank is een jongeman die graag financieel zelfstandig wil zijn en die mannelijke sociale rollen wil vervullen. De breuk met zijn vriendin, die samenvalt met de weigering van zijn biologische vader om hem te steunen, kan zijn pogingen ondermijnen om een genderrol te consolideren die overeenstemt met de cultuur van zijn vrienden, zijn groepsidentiteit en culturele normen. In therapie gaan kan hij beschouwen als een bron van steun, maar ook als een nieuwe aanslag op zijn gevoel van emotionele veerkracht.