Al jaren down
Benjamin Brody, MD
Diane Turtelboom, een 35-jarige laborante bij een groot farmaceutisch bedrijf, is door haar bedrijfsarts naar de polikliniek psychiatrie van een universitair medisch centrum verwezen. Haar chef had patiënte naar de bedrijfsarts verwezen nadat zij had moeten huilen toen zij lichte kritiek kreeg tijdens haar overigens positieve jaarlijkse functioneringsgesprek. Ze voelt zich wat opgelaten als ze de aios psychiatrie vertelt dat ze zich ‘al jaren down voelt’ en dat de kritiek op haar werk ‘net de druppel was geweest’.
Patiënte komt oorspronkelijk uit België, maar is naar Nederland gekomen om te promoveren in de scheikunde. Ze is vroegtijdig met haar promotieonderzoek gestopt en is als laborante aan de slag gegaan. Ze voelt zich gefrustreerd over haar werk, dat ze als een ‘doodlopende straat’ beschouwt, maar is bang dat ze niet genoeg talent heeft om bevredigender werk te kunnen vinden. Als gevolg daarvan worstelt ze met schuldgevoelens over dat ze ‘niet veel van haar leven heeft gemaakt’.
Ondanks de problemen met werk, kan zij zich naar eigen zeggen goed concentreren. Ze heeft nooit suïcideplannen gehad, maar vraagt zich soms af: ‘Wat heeft het leven voor zin?’ Desgevraagd vertelt ze dat zij soms moeite heeft de slaap te vatten. Ze zegt echter dat er geen sprake is van enige verandering in haar gewicht of eetlust. Soms gaat ze uit met collega’s, maar ze voelt zich in sociale situaties verlegen en ongemakkelijk, tenzij ze de mensen goed kent. Ze houdt van joggen en van de natuur. Ondanks dat haar romantische relaties doorgaans ‘niet lang standhouden’ heeft zij naar eigen mening een normale seksuele behoefte. Ze heeft gemerkt dat haar klachten soms afnemen en weer aanwakkeren, maar de afgelopen drie jaar zijn ze hetzelfde gebleven. Ze heeft geen klachten die op een manie of hypomanie kunnen wijzen.
Patiënte is enig kind. Toen zij opgroeide had ze een hechte band met haar vader, een apotheker die een eigen zaak had. Ze omschrijft hem als ‘een normale man die het leuk vond om te vissen’ en die graag met haar de natuur in trok. Haar moeder, een verpleegkundige, is na de geboorte van patiënte gestopt met werken en maakte altijd een emotioneel afstandelijke en sombere indruk.
Patiënte werd voor het eerst somber op de middelbare school, toen haar vader een aantal keren achtereen moest worden opgenomen omdat hij leukemie had gekregen. Destijds kreeg ze psychotherapie en daar reageerde ze goed op. Afgezien hiervan is er geen psychiatrische of somatische voorgeschiedenis. Ze gebruikt een multivitaminepreparaat en orale anticonceptiva. Bij het bespreken van de behandelopties zegt zij een voorkeur te hebben voor een combinatie van medicatie en psychotherapie. Ze begint met citalopram en daarnaast een reeks steunende psychotherapeutische gesprekken. Na enkele maanden vertelt patiënte dat zij als kind door een vriend van de familie seksueel is misbruikt. Ook komt naar boven dat ze weinig vriendinnen heeft en een aanhoudend patroon van disfunctionele relaties met mannen, waarbij soms ook sprake is van mishandeling.