Victor Oijen is een man van 28 jaar die gearresteerd is omdat hij een onbekende voor een aankomende metro heeft geduwd. Hij heeft de politie verteld dat hij dacht dat die man ‘iedereen zou gaan vertellen dat ik een nicht was’ en dat hij, Victor Oijen, zichzelf wilde beschermen tegen het ‘homoseksuele complot’. Op dat moment had patiënt een voorgeschiedenis met een psychotische stoornis, een stoornis in cocaïnegebruik en therapieontrouw bij medicatie en psychotherapie. De advocaat van patiënt heeft ontoerekeningsvatbaarheid gepleit vanwege een psychiatrische stoornis en de heer Oijen ondergaat daarom een volledig psychiatrisch onderzoek inclusief beoordeling van zijn seksuele anamnese en voorkeuren.
Onderdeel van het forensisch-psychiatrisch onderzoek van patiënt is het seksuele-daderonderzoek. Hij vermeldt een lange voorgeschiedenis van seks met minderjarigen. Zijn eerste seksuele contact — met zijn oom en een 18-jarige neef — was op zijn 12de jaar. Tegen zijn 14de of 15de had hij op regelmatige basis seks met jongens, meisjes, mannen en vrouwen in de leeftijd van ‘ongeveer tien tot in de dertig, denk ik’.
De vraag of het seksuele contact altijd met instemming gebeurde, kan hij niet goed beantwoorden: ‘Er was in ieder geval niemand die de politie belde.’ Als volwassene, zegt hij, heeft hij het liefst seks met ‘jonge meiden, want die verzetten zich niet erg’. Hij zegt dat hij gewoonlijk alleen met volwassenen seks heeft als hij een prostituee inhuurt of zichzelf prostitueert in ruil voor geld of drugs, al geeft hij ook aan dat hij soms, als hij high was, ‘misschien dingen deed die ik me niet zo herinner’.
Een onderdeel van het seksuele-daderonderzoek is de penisplethysmografie, een bepaling van de visuele reactietijd met behulp van ‘kijktijd’ (meting van de tijdsduur dat iemand blijft kijken naar een foto of andere visuele presentatie van een bepaalde seksueel stimulerende situatie) en een gedetailleerde anamnese van de seksuele praktijken. Daaruit blijkt dat hij zich seksueel het meest aangetrokken voelt tot meisjes van 8 tot 13 jaar.
De sociobiografische anamnese van betrokkene wordt gekenmerkt door meerdere ontwrichtende problemen in zijn kindertijd, die hebben geleid tot zijn opname in het pleegzorgcircuit vanaf zijn 7de jaar. Toen hij 9 jaar was ontdekte zijn toenmalige pleegmoeder dat hij herhaaldelijk speelgoed stal en andere kinderen pestte. Toen ze hem daarvan betichtte, sloeg hij haar met een baksteen bewusteloos. Daardoor is hij naar een ander pleeggezin overgeplaatst. Toen hij 11 jaar was begon hij drugs en alcohol te gebruiken. Op zijn 13de werd hij voor het eerst vastgezet voor winkeldiefstal in een elektronicazaak, wat hij deed om aan geld te komen voor marihuana. Toen is hij bij zijn grootmoeder van moederszijde gaan wonen, die hem sindsdien met tussenpozen een thuis verschaft. In deze laatste vijftien jaar is hij minstens twaalf keer gearresteerd, meestal voor het bezit van drugs.
Betrokkene is vanaf zijn 14de jaar niet meer naar school geweest. Rond die tijd werd hij ook voor het eerst opgenomen op een psychiatrische afdeling, naar aanleiding van het feit dat hij zijn hoofd tegen een muur had geslagen ‘om de stemmen te laten ophouden’. Hij kreeg de classificatie psychose niet anderszins omschreven, werd behandeld met risperidon en na een week weer ontslagen. Kort daarna stopte hij met de medicatie.
Vanaf zijn 15de jaar heeft betrokkene geregeld cocaïne en te veel alcohol gebruikt, evenals elke drug die hij toevallig kon krijgen. Ten tijde van zijn laatste arrestatie had hij minimaal zeven psychiatrische opnames gehad, telkens voor akoestische hallucinaties en achtervolgingswanen (meestal van seksuele aard). Het is niet duidelijk welke middelen hij voorafgaand aan en tijdens die psychotische episoden gebruikt heeft en of deze een rol hebben gespeeld bij de ontwikkeling van zijn psychiatrische symptomen. Tevens is hij twee keer opgenomen geweest voor alcoholdetoxificatie, nadat hij onttrekkingsverschijnselen had gekregen doordat hij niet aan drank had kunnen komen. Aan elke vorm van poliklinische behandeling is hij consequent ontrouw gebleken. De enige perioden van nuchterheid heeft hij gehad tijdens opnames of gevangenschap. Zijn grootmoeder vertelt wanneer de psychiater contact met haar opneemt dat betrokkene altijd al ‘roekeloos, oneerlijk en verongelijkt’ is geweest. ‘Ik geloof niet dat ik hem ooit zijn excuses heb horen aanbieden. Ik hou van hem, maar ik vrees dat hij in de gevangenis thuishoort, om vele redenen.’