Kortademig

    Janna Gordon-Elliott, MD

    Sofie Finkers is een vrouw van 26 jaar met cystische fibrose (CF), die naar het ziekenhuis is gebracht vanwege moeilijkheden met de ademhaling. Op de vierde dag van haar opname heeft de ic-unit een psychiatrisch consult aangevraagd vanwege ‘non-compliance met de behandeling’. Patiënte weigert de CPAP-beademing (continuous positive airway pressure) op te houden en blijft daardoor hypoxisch en hypercapnisch. Patiënte zegt tegen de psychiater dat ze niet tegen het CPAP-apparaat kan omdat ze er claustrofobisch en kortademig van wordt. Ze heeft slecht geslapen en werd steeds wakker, door kortademigheid en paniek. Ze voelt zich in haar kamer zonder ramen opgesloten, en maakt zich zorgen omdat de artsen en ver­pleeg­kun­di­gen niet vaak genoeg bij haar komen kijken. Ze denkt niet dat het CPAP-apparaat zo noodzakelijk is als de artsen beweren en heeft het gevoel dat ze haar behandelen als ‘een standaard-CF-patiënt’ en er daarom op staan dat ze dat CPAP-apparaat gebruikt, zonder na te gaan of het echt nodig is.

    Bij de anamnese vertelt patiënte dat ze in een kleine stad is opgegroeid bij haar ouders en twee gezonde brussen. Haar moeder was verpleegkundige en gaf haar dagelijks haar longbehandeling. Ze maakte dat aantrekkelijk voor het kind door het hun ‘speeltijd’ te noemen en erbij te zingen en verhaaltjes te vertellen. In haar puberteit heeft patiënte de behandeling vaak geweigerd en zei ze tegen haar ouders dat ze ‘uit wilde kunnen zoals een normaal kind’, al sloeg ze vaak uitnodigingen voor partijtjes en slaapfeestjes af met haar adem­ha­lings­pro­ble­men als reden.

    Tijdens het opnemen van de anamnese is patiënte voortdurend met haar zuurstofkap bezig. Ze neemt hem steeds een paar minuten af totdat ze zegt dat ze even moet stoppen met praten omdat ze weer adem tekortkomt. Ze ademt snel en is wat rillerig. Ze kijkt steeds door de openstaande deur van haar kamer en vraagt zich hardop af wanneer haar moeder terug zal komen van haar lunch in het restaurant beneden. Ze wil dat haar moeder met de artsen praat over de CPAP. Volgens haar weten zijzelf en haar moeder beter hoe haar symptomen behandeld moeten worden dan de artsen: ze weet zeker dat ze zich over een paar dagen beter voelt. Ze zegt: ‘Ze maken me alleen maar angstiger met hun gepraat over de CPAP; ze luisteren niet naar mij.’

    Later die avond wordt patiënte geïntubeerd vanwege de stijging van haar kool­di­oxi­de­ge­hal­te.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.