Gewichtstoename

    Susan L. McElroy, MD

    Yvonne IJsselwoud is een gehuwde vrouw van 55 jaar, die sinds zes maanden in psychiatrische behandeling is vanwege depressiviteit. Tot nu toe reageert ze goed op een combinatie van psychotherapie en medicatie (fluoxetine en bupropion), maar ze begint over gewichtstoename te klagen. Met een gewicht van 63,5 kilo is ze haar ‘hele leven nog niet zo zwaar geweest’ (haar lengte is 1,65 m, wat een BMI oplevert van 23,3).

    De psychiater besluit door te vragen over de voor­ge­schie­de­nis van patiënte op het gebied van eten, die opvalt door herhaaldelijke episoden van het on­con­tro­leer­baar eten van grote hoeveelheden voedsel, waar zij onder lijdt. Het overeten is niet nieuw voor patiënte, maar lijkt erger te zijn geworden sinds zij antidepressiva gebruikt. Patiënte vertelt dat deze episoden zich twee tot drie keer per week voordoen, meestal tussen het moment van thuiskomen uit haar werk en het moment waarop haar man thuiskomt. Wat opvalt aan deze ‘eetaanvallen’ is dat patiënte het gevoel heeft er geen controle over te hebben. Ze eet alleen, snel, en eet door tot ze onaangenaam vol zit. Meestal eet ze tijdens de eetbuien gezond voedsel, maar ze heeft ook weleens ‘suikereetbuien’, waarin ze voornamelijk zoetigheid eet, met name ijs en snoep. Ze antwoordt ontkennend op vragen naar zelf opgewekt braken, vasten, misbruik van laxantia, diuretica of afslankmiddelen, nu en in het verleden. Ze vertelt dat ze een uur per dag sport maar vindt niet dat ze hier ‘verslaafd’ aan is. Ze vertelt wel dat ze, toen ze achter in de twintig was, een tijd aan wed­strijd­hard­lo­pen heeft gedaan. In die tijd nam ze vaak deel aan 10 ki­lo­me­ter­wed­strij­den en rende gemiddeld zo’n 55 kilometer per week, en dit ondanks een slepende voetblessure die haar uiteindelijk dwong om over te stappen op zwemmen, wandelen en de crosstrainer.

    Patiënte vertelt dat ze de eetbuien al heeft ‘zolang ik me kan herinneren’. Als kind had ze een ‘gedrongen’ postuur, maar doordat ze zo actief was is ze haar hele mid­del­ba­re­school­tijd op een normaal gewicht gebleven (54–57 kilo). Op vragen naar een voor­ge­schie­de­nis van anorexia nervosa antwoordt ze ontkennend. Op 28-jarige leeftijd bereikte ze haar laagste volwassen gewicht, 51 kilo. In die periode voelde ze zich ‘vitaal, gezond, en in controle’.

    Toen ze midden dertig was maakte patiënte een depressieve episode door die twee jaar aanhield. Ze had een zwaar sombere stemming, sprak niet, ‘sloot zich af’, bleef in bed, was heel moe, sliep meer dan gebruikelijk en kon niet functioneren. Dit was een van de weinige perioden in haar leven dat de eetbuien stopten en patiënte afviel. Hoewel ze sindsdien vaak verdrietig is geweest, heeft ze tot vorig jaar tussendoor geen ernstige depressieve episoden meer gehad. Evenmin heeft ze een voor­ge­schie­de­nis van suïcidale gedachtevorming, suïcidepogingen of significant gebruik van alcohol, tabak of illegale middelen.

    Bij het onderzoek wordt een vrouw met een normaal postuur en een normale voe­dings­toe­stand gezien die coherent en coöperatief is. Cognitief is ze intact. Er zijn geen psychotische symptomen of verwardheid. Ze heeft een licht sombere stemming, maar haar affect is reactief en ze glimlacht waar dit passend is. Ze heeft geen schuldgevoelens, suïcidaliteit of gevoelens van hopeloosheid. Ze zegt dat haar energieniveau normaal is, afgezien van de vermoeidheid na de eetbuien. Haar spraak is vloeiend en er is geen spreekdrang. Haar somatische voor­ge­schie­de­nis is onopvallend en het lichamelijke onderzoek en de resultaten van de la­bo­ra­to­ri­um­on­der­zoe­ken, doorgegeven door de huisarts, leveren geen bijzonderheden op.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.