Mind control

    Rajiv Tandon, MD

    Igor Daals is een 23-jarige TU-student uit Zuid-Afrika, die naar de psychiater is verwezen door zijn huisarts, naar wie hij gekomen is op aanraden van zijn mentor. Bij een afspraak met zijn mentor om over zijn teruglopende prestaties te praten, had de heer Daals losgelaten dat hij werd afgeleid door alle af­luis­ter­ap­pa­ra­tuur en ge­dach­te­be­ïn­vloe­dings­ap­pa­ra­ten die in zijn appartement waren geplaatst.

    Hoewel Igor in eerste instantie op zijn hoede is tijdens het gesprek bij de psychiater, zegt hij opgelucht te zijn dat hij eindelijk kan praten in een kamer waar nog geen microfoons zijn. Hij vertelt dat zijn problemen drie maanden geleden, na zijn bezoek aan Zuid-Afrika, zijn begonnen. Hij vertelt dat hem voor het eerst duidelijk werd dat er iets niet pluis was toen zijn medestudenten gingen niezen of grijnzen zodra hij het lokaal binnenkwam. Toen hij op een dag van college thuiskwam, zag hij twee vreemde mannen buiten zijn appartement staan en vroeg hij zich af wat ze daar deden.

    Igor Daals vertelt dat hij, ongeveer een week nadat die twee vreemde mannen daar hadden gestaan, had gemerkt dat zijn appartement werd afgeluisterd. Bij het tv-kijken begon hij te merken dat de verslaggevers indirect en kritisch commentaar op hem leverden. Deze ervaring was vooral opvallend bij de reporters van het NOS-journaal, omdat zij hem volgens patiënt in de gaten houden vanwege zijn superieure intelligentie en zijn streven om ooit de premier van Zuid-Afrika te worden. Volgens hem wilde het NOS-journaal hem ‘gek maken’ door progressieve ideeën in zijn hoofd te planten en kon het dit doen met behulp van minieme ‘mind control’-apparaatjes die ze in zijn appartement hadden geplaatst.

    Patiënt ging steeds onregelmatiger slapen omdat hij alsmaar waakzamer werd en hij bang was dat iedereen op de universiteit en in zijn studentenflat bij het complot betrokken was. Hij trok zich terug en is gestopt met colleges volgen, maar bleef nog wel goed eten en zichzelf verzorgen.

    Hij geeft aan zich niet uitgelaten of heel erg opgewekt te voelen. Zijn energieniveau vindt hij ‘goed’ en zijn denken helder, ‘behalve als ze proberen om ideeën in mijn hoofd te planten’. Hij vertelt dat hij zich enkele uren tijdens zijn recente reis naar Zuid-Afrika extreem bang heeft gevoeld. Hij had toen een hoop ‘hasj’ gerookt, begon vreemde geluiden te horen, en kreeg het idee dat zijn vrienden hem uitlachten. Sinds hij weer terug in Nederland is, heeft hij geen cannabis meer gebruikt, hij antwoordt ontkennend op de vraag of hij ooit met andere drugs heeft ge­ëx­pe­ri­men­teerd, en zegt dat hij over het algemeen niet eens alcohol drinkt. Hij zegt nooit auditieve of visuele hallucinaties te hebben gehad.

    De oom van patiënt, die telefonisch is benaderd, beschrijft zijn neef als een gezonde, intelligente en wat verlegen jongen die geen voor­ge­schie­de­nis heeft met een primaire psychiatrische aandoening. Hij beschrijft de ouders van patiënt als erg liefhebbend en steunend, hoewel de vader wel ‘een beetje streng’ kan zijn. Er zijn geen ernstige psychische ziekten in de familieanamnese.

    Bij onderzoek wordt een verzorgde en coöperatieve jongeman gezien met een normale psy­cho­mo­to­ri­sche activiteit. Hij spreekt coherent en doelgericht. Zijn cognitieve functies zijn globaal intact. Hij antwoordt ontkennend op de vraag of hij hallucinaties heeft. Hij is ervan overtuigd dat hij voortdurend in de gaten wordt gehouden en dat er mind­con­trol­ap­pa­ra­ten in zijn appartement aanwezig zijn. Hij heeft geen realiteitsbesef over zijn opvattingen. Zijn stemming beschrijft hij zelf als ‘bang’. Het affect moduleert normaal. Hij heeft geen ideeën over schuld, suïcide of waardeloosheid.

    De la­bo­ra­to­ri­um­uit­sla­gen leveren geen afwijkingen op en het onderzoek van zijn urine is voor alle drugs negatief.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.