Somatische klachten

    James L. Levenson, MD

    Bespreking

    Mevrouw Bakker besteedt buitensporig veel tijd en energie aan het nadenken over, onderzoek doen naar en hulp zoeken voor haar somatische klachten. Deze drukken op haar en beperken haar in haar functioneren. Ze heeft de symptomen al minstens zes maanden. Ze voldoet aan de DSM-5-criteria voor de somatisch-symp­toom­stoor­nis (SSS).

    SSS is een nieuwe classificatie in de DSM-5. Deze houdt een grote verandering in ten opzichte van de eerdere classificaties. De symptomen bij SSS kunnen op elke leeftijd beginnen, maar de overmatige bezorgdheid over somatische symptomen moet minimaal een halfjaar aanwezig zijn. In de DSM-5 wordt ook het belang benadrukt van abnormale gedachten, gevoelens en gedragingen als reactie op de somatische symptomen, in plaats van de vraag of er een lichamelijke oorzaak van de somatische symptomen is.

    Het grote aantal schijnbaar ongerelateerde lichamelijke symptomen van patiënte doet vermoeden dat haar klachten een psychiatrische component bevatten. Het is mogelijk dat ze on­ge­di­a­gnos­ti­ceer­de lichamelijke aandoeningen heeft, die ver­ant­woor­de­lijk zijn voor een groot deel van haar klachten (bijvoorbeeld multiple sclerose), maar een diagnose daarvan zal waarschijnlijk de DSM-5-classificatie niet veranderen. De kans is groot dat ze dan nog steeds beschouwd zou worden als iemand met bui­ten­pro­por­ti­o­ne­le gedachten, gevoelens en gedragingen ten aanzien van haar ge­zond­heids­klach­ten en -zorgen. Het belangrijkste probleem bij SSS is, met andere woorden, niet de somatische symptomen maar de manier waarop de patiënt ermee omgaat.

    Een uitvloeisel van deze verschuiving in de DSM-5 ten opzichte van de DSM-IV is dat de nieuwe classificatie niet gebaseerd wordt op de afwezigheid van een verklaring. Als moet worden aangetoond dat de patiënt geen afgebakende somatische aandoening heeft, kan een situatie ontstaan waarin iemand extreem veel onderzoeken ondergaat, zoals bij mevrouw Bakker is gebeurd. Daar komt bij dat een uitgebreide zoektocht om dingen uit te sluiten kan leiden tot een negatieve situatie, in de zin dat de patiënte haar behandelaars moet overtuigen dat ze een probleem heeft, en de behandelend arts zich verplicht voelt steeds weer onderzoeken en tests aan te vragen en alleen nog maar hoopt dat de patiënt op een andere behandelaar overstapt. Als er dan uiteindelijk een psychiatrisch etiket wordt gekozen, ziet de patiënt dit meestal als een bagatellisering en voelt hij zich in de steek gelaten. De DSM-5-classificatie SSS moet dit conflict omzeilen. Mensen met SSS hebben meestal wel een somatisch probleem, maar het aandachtspunt voor de psycholoog of psychiater is de manier waarop hun gedachten, gevoelens en gedragingen beïnvloed worden door hun lichamelijke klachten.

    Patiënten bij wie het beeld bepaald wordt door uitzonderlijk veel lichamelijke klachten hebben vaak ook psychische stoornissen van buiten de categorie van de somatisch-symp­toom­stoor­nis en verwante stoornissen. Hoewel patiënte niet aan alle criteria voor de depressieve stoornis voldoet, heeft ze duidelijke depressieve symptomen, met inbegrip van suïcidale gedachten. In het verleden heeft ze ook een post-partumdepressie gehad, waarvoor ze behandeld is. Daardoor bestaat de mogelijkheid van een niet herkende bipolaire- of depressieve-stem­mings­stoor­nis. Ze heeft ‘nachtelijke been­spier­kram­pen’ en zou de DSM-5-stoornis rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom kunnen hebben, die kan leiden tot insomnia en een versterking van de lijdensdruk door somatische klachten. Het ver­volg­on­der­zoek zou bij patiënte dan ook gericht moeten zijn op een actuele of voorbije depressie, manie of hypomanie. Ook moet nagegaan worden of ze mogelijk een eetstoornis, slaapstoornis of een stoornis in het gebruik van een opioïde heeft.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.