Een kort lontje
Lori L. Davis, MD
Bespreking
De heer Reinhold vertoont symptomen uit alle vier de symptoomcategorieën van de posttraumatische-stressstoornis (PTSS): intrusie, vermijding, negatieve veranderingen in cognities en stemming, en veranderingen in arousal en reactiviteit. Zelf ondervindt hij vooral problemen door zijn angstgerelateerde symptomen, en dan vooral zijn overdreven vecht- of vluchtreacties op onverwachte stimuli. Zoals bij gevallen van PTSS vaak wordt gezien, past die reactie niet bij zijn karakter en is deze impulsief en onvoorspelbaar; met andere woorden: hij vertoont de reactie niet opzettelijk of in het kader van een meer algemene impulsiviteit. Behalve de hyperreactiviteit vertoont meneer Reinhold ook hypervigilantie, angst, en bovendien maakt hij zich excessief zorgen over zijn veiligheid. Ook heeft hij klassieke symptomen van herbeleving, die bestaan uit intrusieve herinneringen, nachtmerries, flashbacks en fysiologische reactiviteit op triggers die lijken op de psychotraumatische gebeurtenissen of hem hieraan herinneren. Van suïcidaliteit en psychotische symptomen is bij deze patiënt weliswaar geen sprake, maar zeldzaam zijn die symptomen niet, en er moet dan ook regelmatig worden beoordeeld of ze toch aan de orde zijn.
Zoals vaak het geval is bij PTSS benadrukt de heer Reinhold de praktisch onzichtbare lijn tussen het optreden van de externe stimulus en de onwillekeurige schrikreactie. Deze symptomen zijn heel vervelend voor zowel patiënt zelf als zijn gezin, vrienden en collega’s. De pogingen van patiënt om het aantal conflicten waarin hij verzeild raakt te verminderen, hebben geleid tot een spiraal van gedrag dat zijn kansen in alle levenssferen verengt, waaronder zijn sociale en gezinsleven en zijn carrière. Zo lijkt zijn beslissing om als loodgieter te gaan werken in plaats van iets te doen met zijn bedrijfskundeopleiding grotendeels gebaseerd op het streven om zijn persoonlijke ruimte onder controle te houden. Hoewel in de casusbeschrijving niet wordt vermeld hoe het met zijn huwelijk is gesteld, zou het nuttig zijn om meer te weten over de invloed van de heer Reinholds PTSS op de relatie met zijn vrouw. Het feit dat hij vervroegd met pensioen is gegaan heeft er kennelijk voor gezorgd dat hij zich nu eindelijk meldt voor behandeling. Een voor de hand liggende mogelijkheid is dan ook dat zijn vrouw tegenwoordig meer tijd met hem doorbrengt en hem tot deze beslissing heeft aangezet. Een andere mogelijkheid is dat zijn vervroegde pensionering het gevolg is van een verergering van zijn PTSS-symptomen en het effect daarvan op zijn werkgerelateerde relaties.
Aangezien bij mensen met PTSS hoge percentages comorbiditeiten voorkomen is het raadzaam om zorgvuldig te bekijken of er nog andere stoornissen zijn. De heer Reinhold heeft naar eigen zeggen al jaren geen excessieve hoeveelheden alcohol of cannabis meer gebruikt en er is waarschijnlijk dan ook geen verband tussen een van deze middelen en het ontstaan van zijn symptomen. Aangezien stoornissen in het gebruik van een middel bij PTSS echter wel algemeen voorkomen, moet de clinicus erop bedacht zijn dat er sprake kan zijn van onderrapportage. De schrikkerige hyperarousal van de heer Reinhold vertoont enige overlap met de dysfore prikkelbaarheid die wel bij de bipolaire-II-stoornis wordt gezien, maar in zijn geval ontstaan de symptomen plotseling en als een reactie op prikkels die hem aan het schrikken maken, en niet tijdens dagenlange perioden van manische symptomen, zoals gedachtevlucht, verhoogde energie of dadendrang of een verminderde slaapbehoefte. Zijn belangstelling gaat uit naar houtbewerking en lezen, hobby’s die karakteristiek zijn voor zijn behoefte om zichzelf terug te trekken in een veilige en rustige omgeving.
Tot slot vertoont de heer Reinhold een conflict dat vaak wordt gezien bij mensen met PTSS. Overlevenden van een psychotrauma hechten vaak groot belang aan veerkracht en zelfredzaamheid. Symptomen die duiden op controleverlies ervaren deze mensen als beschamend, en ze kunnen het gevoel hebben dat het onmogelijk is om hun problemen toe te vertrouwen aan een gezagsfiguur. Dit soort ideeën kan maken dat zij pas in een laat stadium in de ggz terechtkomen, terwijl daar steeds betere behandelvormen zijn voor de symptomen en de interpersoonlijke en beroepsmatige gevolgen van PTSS.