Bespreking
Bijna iedereen is tijdens de acute nasleep van een psychotraumatische gebeurtenis van slag. De juiste houding van de professional in dit zeer vroege stadium is dat dit voorbijgaande reacties zijn die over het algemeen binnen twee tot drie dagen verdwijnen en waarna een normaal herstel valt te verwachten. De reactie van Bonnie Pernet na de schietpartij valt binnen het brede spectrum van reacties die in de DSM-5 normale stressreacties worden genoemd. Dan gaat het om een normale reactie op psychotraumatische stress en niet om een psychische stoornis.
Normale stressreacties kunnen tot uiting komen in een groot scala van verschillende beelden, maar bevatten over het algemeen een combinatie van de volgende:
a Emotionele reacties, zoals shock, vrees, rouw, woede, wrok, schuldgevoel, schaamte, hulpeloosheid, hopeloosheid en emotionele vervlakking.
b Cognitieve reacties, zoals verwarring, desoriëntatie, dissociatie, besluiteloosheid, moeite met concentreren, geheugenverlies, zelfbeschuldiging en ongewenste herinneringen.
c Lichamelijke reacties, zoals spanning, vermoeidheid, slapeloosheid, schrikreacties, een snelle polsslag, misselijkheid en eetlustverlies.
dInterpersoonlijke reacties, zoals wantrouwen, prikkelbaarheid, terugtrekking/isolatie, zich afgewezen/verlaten voelen en afstandelijk zijn.
Een aanzienlijke minderheid van de betrokkenen ontwikkelt een acute stressstoornis (AcSS), met tijdens de eerste maand na de gebeurtenis symptomen die heftiger zijn. Om na een psychotrauma te voldoen aan de DSM-5-criteria voor AcSS moet iemand minimaal negen van de veertien mogelijke symptomen vertonen, verspreid over vijf categorieën:
1 Intrusieve symptomen, zoals zich opdringende pijnlijke herinneringen, recidiverende dromen over het psychotrauma, dissociatieve herbeleving (bijvoorbeeld flashbacks) van de psychotraumatische gebeurtenis en intense negatieve psychische of fysiologische reactiviteit op prikkels die aan het psychotrauma herinneren.
2 Negatieve stemming, zoals het onvermogen om positieve emoties te ervaren.
3 Dissociatieve symptomen, zoals amnesie, derealisatie en depersonalisatie.
4 Vermijdingssymptomen, zoals vermijding van interne stimuli als gedachten of gevoelens over het psychotrauma en vermijding van externe zaken die aan de psychotraumatische gebeurtenis herinneren, zoals mensen, plaatsen of situaties.
5 Arousalsymptomen, zoals slapeloosheid, prikkelbaarheid, hypervigilantie, concentratieproblemen of overdreven schrikreacties.
Afhankelijk van welke categorieën het meest op de voorgrond staan kunnen patiënten met AcSS erg van elkaar verschillen. Zo kan de ene persoon met AcSS alle intrusieve symptomen hebben, terwijl iemand anders niet één van die symptomen heeft.
AcSS wordt aan de hand van een zorgvuldige anamnese onderscheiden van andere psychiatrische stoornissen. Zo is de classificatie AcSS van toepassing in de eerste maand na een psychotrauma, en kan de posttraumatische-stressstoornis (PTSS) alleen na die eerste maand worden toegekend. Aanpassingsstoornissen kunnen ook worden toegekend in de eerste maand na een psychotrauma, maar patiënten met een aanpassingsstoornis hebben anders dan patiënten met AcSS niet negen van de veertien mogelijke symptomen van AcSS.
Bij de individuele beoordeling van iemands symptomen kan de verscheidenheid aan symptomen van AcSS misleidend zijn voor de clinicus. Paniek, angst, depressiviteit, dissociatie en intrusieve dwanggedachten komen bij AcSS allemaal veel voor, met als gevolg dat aan een breed spectrum van stoornissen kan worden gedacht. Zowel AcSS als PTSS gaat vaak gepaard met traumatisch hersenletsel, en dit bemoeilijkt dan de classificatie, vooral in die gevallen waarin het hersenletsel subtiel is en niet wordt herkend. Het beoordelen van deze symptomen kan tot verwarring leiden, vooral als het psychotrauma niet zo duidelijk herkenbaar is als een schietpartij in een bioscoop. Het onderbrengen van schijnbaar niet met elkaar samenhangende symptomen in een of twee classificaties kan leiden tot minder verwarring bij de patiënt, een duidelijker handvat voor de behandeling en minder onnodige medicatie.