Een kort lontje

    Lori L. Davis, MD

    Erik Reinhold is een gehuwde veteraan van 56 jaar die zich aanmeldt bij de polikliniek van een militaire ggz-instelling, met als voornaamste klacht dat hij ‘een kort lontje’ heeft en ‘snel hapt’.

    De klachten van de heer Reinhold zijn meer dan dertig jaar geleden begonnen, al snel na zijn terugkomst van de uitzending met de vredesmacht UNIFIL in Zuid-Libanon, waar hij in dienst was als veldradio-operator. Hij heeft nog nooit eerder hulp gezocht, kennelijk omdat hij er veel behoefte aan had om zichzelf te kunnen redden. Sinds hij vervroegd met pensioen is gegaan erkent hij zijn symptomen meer en is de wens om hulp te zoeken sterker geworden.

    De klachten van de heer Reinhold bestaan uit een onbeheersbare woede als hij schrikt van iets onverwachts; recidiverende intrusieve gedachten en herinneringen aan ervaringen met de dood; wekelijkse levensechte nachtmerries over zijn ervaringen bij de uitzending die leiden tot ’s nachts doodsbang wakker worden en slapeloosheid; isolement, vigilantie en angst; verlies van belangstelling voor hobby’s waardoor hij met andere mensen in contact komt; en een excessieve afleidbaarheid.

    Hoewel patiënt van al deze klachten wel last heeft, maakt hij zich het meest zorgen over zijn onbeheersbare agressie. Voorbeelden van zijn ‘opvliegendheid’ gaan over confrontaties met automobilisten die hem snijden, tekeergaan tegen onbekenden die te dicht bij hem stonden in een rij, en ‘in de aanvalsmodus gaan’ tegen collega’s door wie hij werd verrast als hij even niet op zijn hoede was. Het recentste voorval gebeurde op de onderzoekstafel bij zijn arts: hij dommelde weg en de verpleegkundige raakte zijn voet aan; hij reageerde hierop door scheldend en dreigende taal tegen de verpleegkundige uitslaand van de tafel te springen. Deze reactie, die hij onvrijwillig vertoonde, maakte niet alleen de verpleegkundige bang maar ook de patiënt zelf.

    Patiënt beschrijft dat er tussen de onverwachte prikkel en zijn agressie geen woorden, gedachten of beelden in hem opkomen. Het gaat steeds om momenten die hem herinneren aan die keer toen hij in het leger op wacht stond bij de poort, en hij op het moment dat hij wegdoezelde werd overrompeld door een mortieraanval die hem automatisch tot actie aanzette. Hoewel hij in het handschoenenvak van zijn auto een lucht­druk­pi­stool heeft liggen om zichzelf te kunnen verdedigen, heeft de heer Reinhold niet de intentie anderen iets aan te doen. Als hij iemand heeft bedreigd, heeft hij daar na afloop altijd spijt van, en hij maakt zich er al lange tijd zorgen over dat hij nog een keer per ongeluk iemand verwondt.

    Patiënt is opgegroeid in een liefdevol boerengezin dat het financieel niet breed had. Als 20-jarige is hij in dienst gegaan van het leger en uitgezonden naar Libanon. Hij beschrijft zichzelf als iemand die voordat hij in het leger ging opgewekt en gelukkig was. De basistraining en de eerste paar weken in Libanon vond hij nog plezierig, totdat hij getuige was van de marteling van twee Libanese jongens, waarbij hij machteloos moest toekijken. Vanaf dat moment was het enige wat er voor hem nog toe deed dat zijn beste vriend en hijzelf het er levend vanaf zouden brengen, zelfs als hij daarvoor anderen moest vermoorden. Zijn persoonlijkheid veranderde, zo vertelde hij, van een onbevangen boerenzoon in een doodsbange, overbezorgde soldaat.

    Na zijn terugkeer in het burgerbestaan lukte het hem om weer te gaan studeren en een studie bedrijfskunde af te ronden, maar daarna koos hij er vanwege zijn behoefte om zijn werk alleen te doen voor om als zelfstandig loodgieter aan het werk te gaan. Hij is nog nooit met justitie in aanraking geweest. Hij is 25 jaar getrouwd en heeft twee studerende kinderen. Zijn leven na zijn pensionering wil hij invullen met houtbewerking, lezen en een ‘beetje rust en vrede’ krijgen.

    Als jongvolwassene heeft de heer Reinhold ge­ëx­pe­ri­men­teerd met cannabis en heeft hij geregeld veel alcohol gebruikt; de afgelopen tien jaar heeft hij echter niet excessief veel gedronken, noch cannabis gebruikt.

    Bij onderzoek wordt een ouder uitziende man gezien met een goed verzorgd uiterlijk, die wat angstig en op zijn hoede lijkt. Zijn oriëntatie is goed en hij lijkt een bovengemiddelde intelligentie te hebben. Hij heeft een intact realiteitsbesef. Hij heeft geen hallucinaties, zijn denken is samenhangend en er zijn geen wanen. Zijn stemming is niet manifest depressief, maar wel angstig. Zijn affect is enigszins ingehouden maar passend bij de inhoud van wat hij vertelt. Er is geen sprake van suïcidale of homicidale gedachten. Zijn spreektempo is normaal, maar als hij over moeilijke onderwerpen begint, gaat hij sneller praten.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.