Bezorgd en met een bizarre preoccupatie

    Kristin Cadenhead, MD

    Bespreking

    Henry vertoont een patroon van sociale en in­ter­per­soon­lij­ke beperkingen in combinatie met excentriciteit en cognitieve distorsies. Daar zitten waanachtige symptomen bij (magisch denken, achterdocht, ach­ter­vol­gings­ge­dach­ten, grandiositeit), excentrieke interesses, tekenen van te­rug­ge­trok­ken­heid (weinig vrienden, vermijding van sociaal contact) en een ingeperkt affect (emotionele kilte). Patiënt voldoet daarmee aan de criteria voor de schizotypische-per­soon­lijk­heids­stoor­nis (STPS) volgens de DSM-5.

    Patiënt vermoedt ook dat anderen hem proberen te ondermijnen, leest verborgen betekenissen in onschuldige handelingen, blijft rancuneus en is overmatig gevoelig voor vermeende aanvallen op zijn karakter. Behalve STPS voldoet hij aan de criteria voor de paranoïde-per­soon­lijk­heids­stoor­nis. Als iemand aan de criteria voldoet van twee per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen — wat vaak het geval is — moeten deze beide worden genoteerd.

    Patiënt is echter pas 19 jaar oud, en een per­soon­lijk­heids­stoor­nis mag pas worden vastgesteld nadat de andere classificaties met soortgelijke symptomen onderzocht zijn. Zo kunnen Henry’s beperkingen in sociale communicatie en interacties ook passen bij een stoornis in het autismespectrum (ASS) zonder intellectuele beperkingen. Het is mogelijk dat hij in de vroege ontwikkeling niet-genoemde symptomen heeft gehad die verder gingen dan ‘verlegenheid’ en, zoals over patiënt nu bekend is, kinderen met autisme worden vaak gepest op school. Zowel hij als zijn moeder vertelt echter niets over de beperkte, repetitieve gedragspatronen, interesses of activiteiten die kenmerkend zijn voor ASS. Zonder die kenmerken komt patiënt niet in aanmerking voor een classificatie op het autismespectrum.

    Patiënt zou ook een psychische stoornis kunnen hebben die zich in de jong­vol­was­sen­heid ontwikkelt; hij is op de leeftijd voor stem­mings­stoor­nis­sen (depressieve of bipolaire) en angst­stoor­nis­sen. Die kunnen reeds aanwezige per­soon­lijk­heids­trek­ken versterken en doen lijken op een stoornis, maar patiënt blijkt geen significante depressieve, manische of angstsymptomen te hebben.

    Waar­schijn­lij­ker in dit geval lijkt een classificatie op het schi­zo­fre­nies­pec­trum. Om een schi­zo­fre­nie­clas­si­fi­ca­tie te krijgen moet patiënt echter aan minstens twee van de volgende vijf criteria voldoen: wanen, hallucinaties, ge­des­or­ga­ni­seer­de spraak, ernstig ge­des­or­ga­ni­seerd of katatoon gedrag, en negatieve symptomen. Hij antwoordt ontkennend op vragen naar hallucinaties en lijkt logisch te redeneren en geen zonderling gedrag of negatieve symptomen te vertonen, dus hij heeft geen schizofrenie. Hij zou wel wanen kunnen hebben — en het zou nuttig zijn na te gaan in hoeverre hij vaststaande, valse overtuigingen heeft over het voorspellen en beïnvloeden van de toekomst — maar zijn overtuigingen lijken bizarder dan gewoonlijk bij de waanstoornis het geval is.

    Hoewel patiënt op dit moment misschien het best voldoet aan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria voor de twee hiervoor genoemde per­soon­lijk­heids­stoor­nis­sen, kan hij op termijn misschien een meer expliciete psychotische stoornis gaan ontwikkelen. Psychiaters en we­ten­schap­pe­lijk onderzoekers zijn vooral geïnteresseerd in het onderscheid tussen mensen die zich als tiener al zonderling tonen en waarschijnlijk van daaruit een meer invaliderende schizofrenie ontwikkelen, en mensen die hetzelfde beeld vertonen maar van daaruit niet een uitgesproken psychiatrische stoornis ontwikkelen. Hoewel de mogelijkheid om schizofrenie te voorspellen op dit moment niet robuust is, zou vroege interventie het psychisch lijden en de functionele gevolgen op de lange termijn substantieel kunnen verminderen. Vanwege dat doel is in deel III van de DSM-5 het subklinisch psychotisch syndroom opgenomen, als een van de stoornissen voor nader onderzoek. Het subklinisch psychotisch syndroom is gericht op subsyndromale symptomen, waaronder verminderd realiteitsbesef en functioneren, in een poging om te achterhalen welke patiënten zich in een proces richting schizofrenie bevinden en welke de eerste verschijnselen van een meer uitgesproken per­soon­lijk­heids­stoor­nis vertonen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.