Onder de groeicurves zakken

    Eve K. Freidl, MD; Evelyn Attia, MD

    Ursula, een 11-jarig meisje op een school voor hoogbegaafde kinderen, is door de kin­der­psy­chi­a­ter doorverwezen naar een eet­stoor­nis­spe­ci­a­list vanwege zorgen over het feit dat zij onder het tiende percentiel voor gewicht terecht is gekomen. Ursula is bij de kin­der­psy­chi­a­ter in behandeling vanwege haar per­fec­ti­o­nis­ti­sche trekken, die tot significante angst leiden. In de sessies ging de aandacht naar de angst en niet naar het eetgedrag.

    De eet­moei­lijk­he­den zijn begonnen toen Ursula 9 jaar oud was; op die leeftijd begon ze te weigeren te eten en te zeggen dat ze bang was te moeten braken. Haar ouders hebben destijds hulp gezocht bij een kinderarts, bij wie ze nu jaarlijks onder controle is en die heeft uitgelegd dat het voor een kind van haar leeftijd normaal is om door bepaalde fasen te gaan. Op 9-jarige leeftijd bevond Ursula zich voor zowel haar lengte als haar gewicht (1,32 m, 26,3 kilo) boven het 25ste percentiel, maar op 11-jarige leeftijd is ze feitelijk gestopt met groeien en is ze op beide groeicurves gezakt tot het vijfde percentiel (1,34 m, 24,9 kilo).

    Patiënte is het enige kind van hoogopgeleide werkende ouders die vijf jaar geleden zijn gescheiden, en woont door de week bij haar moeder en in het weekend bij haar vader, die bij Ursula en haar moeder in de buurt woont. In haar ont­wik­ke­lings­a­nam­ne­se valt de vroeggeboorte bij een zwan­ger­schaps­duur van 34 weken op. Haar ontwikkeling verloopt de eerste tijd traag, maar op 2-jarige leeftijd heeft ze alle verwachte mijlpalen gehaald. Sinds die tijd heeft het jaarlijkse lichamelijk onderzoek, afgezien van de recente daling in haar groeicurve, geen opvallende bevindingen opgeleverd. Ursula is altijd klein voor haar leeftijd geweest, maar haar lengte en gewicht zijn nooit lager geweest dan het 25ste percentiel op de groeicurve. Ursula is een getalenteerde leerlinge op wie haar leerkrachten gesteld zijn. Ze heeft nooit meer dan een paar vriendinnetjes gehad, maar de laatste tijd spreekt ze helemaal niet meer met vriendinnen af en komt ze altijd direct uit school naar huis; ze geeft aan dat haar buik rustiger voelt als ze thuis is.

    Al sinds twee jaar heeft patiënte de gewoonte om heel kleine porties te eten en daar heel veel tijd voor nodig te hebben. Haar ouders hebben geprobeerd haar belangstelling aan te wakkeren door te experimenteren met eten uit andere culturen en met producten met andere kleuren en texturen. Hun inspanningen lijken echter niet tot een betere eetlust te hebben geleid. De ouders hebben ook geprobeerd om Ursula restaurants te laten uitkiezen, maar patiënte weigert steeds vaker om mee uit eten te gaan. Het patroon rond etenstijd is bij beide ouders vergelijkbaar: Ursula stemt ermee in om aan tafel te komen, maar is vervolgens vooral bezig met het herschikken van het eten op haar bord en het in kleine stukjes snijden daarvan; als haar ouders erop aandringen dat ze nog een hapje neemt begint ze te huilen.

    Bij doorvragen over de vrees om te braken vertelt Ursula over een incident op 4-jarige leeftijd, toen haar maag tijdens het eten van soep van streek raakte en ze moest braken. De laatste tijd heeft ze daarnaast vrees ontwikkeld om in het openbaar te eten en eet ze niet meer op school. Ze zegt zich geen zorgen te maken over haar gewicht en weet pas sinds het laatste bezoek aan de kinderarts dat dit zo laag is. Als ze uitleg krijgt over de gevaren van een laag lichaamsgewicht begint ze te huilen en vertelt ze dat ze graag wil aankomen.

    Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.