Hoofdlijnen bij de classificatie
Hoofdlijnen bij de classificatie
► De categorie angststoornissen bevat stoornissen met prominente symptomen van angst, vrees, paniekaanvallen en/of bezorgdheid. In de DSM-5 worden enkele stoornissen met soortgelijke symptomen toch in een andere categorie ingedeeld (bijvoorbeeld de obsessieve-compulsieve stoornis en de posttraumatische-stressstoornis) omdat deze stoornissen andere kernsymptomen hebben.
► Bij de separatieangststoornis, de specifieke fobie, de sociale-angststoornis en agorafobie worden de symptomen van angst en/of vrees veroorzaakt door objecten of omstandigheden buiten de patiënt.
► Bij de paniekstoornis treden aanvallen van vrees (paniekaanvallen) herhaaldelijk en onvoorspelbaar op (zonder duidelijke oorzaak van buitenaf).
► Bij veel van deze stoornissen ontwikkelen patiënten meestal bepaald gedrag om de objecten of situaties die zij associëren met angstsymptomen te voorkomen (bijvoorbeeld vermijden van sociale gelegenheden).
► Bij de gegeneraliseerde-angststoornis is het hoofdsymptoom bezorgdheid — dat in de DSM-5 gedefinieerd wordt als ‘bange voorgevoelens’ — over een aantal kwesties en terreinen van het dagelijks leven.
► Van de angststoornissen komt de separatieangststoornis het vaakst voor bij kinderen jonger dan 12 jaar.
► Bij selectief mutisme spreekt de persoon in kwestie niet in bepaalde sociale situaties, zelfs als zijn of haar spraak heel normaal is in andere situaties, bijvoorbeeld thuis met gezinsleden.
► Het is noodzakelijk om te overwegen of de symptomen van angststoornissen mogelijk worden veroorzaakt door middelen/medicijnen of door een somatische aandoening; voor elke mogelijkheid is er een aparte classificatiecode in de DSM-5.