Slaap- en waakstoornissen

  • Ik kan niet slapen.
  • Hij snurkt zo hard!

Slaap­stoor­nis­sen kunnen zich manifesteren als klachten over onvoldoende slaap, verminderd functioneren overdag, of beide. In het DSM-5-hoofdstuk over de slaapen waakstoornissen is een aantal wijzigingen doorgevoerd ten opzichte van de DSM-IV. Deze wijzigingen zijn aangebracht om de verschillende oorzaken van slaapproblemen beter te kunnen differentiëren, en om mensen te kunnen onderscheiden die doorverwezen zouden moeten worden naar een slaapspecialist. Deze wijzigingen zijn de volgende:

In het verleden werd insomnia als een zelfstandig fenomeen beschouwd (‘primaire insomnia’) of in verband gebracht met een andere aandoening (‘secundaire insomnia’). In de DSM-5 wordt geen onderscheid meer gemaakt tussen primaire en secundaire insomnia.

De classificatie primaire hypersomnia is vervangen door de hy­per­som­no­len­tie­stoor­nis, waarvan de clas­si­fi­ca­tie­cri­te­ria nu ook een grotere specificiteit hebben.

De classificatie narcolepsie vereist nu niet alleen subjectieve symptomen, zoals slaap-‘aanvallen’ of kataplexie (verlies van spiertonus terwijl men bij bewustzijn blijft, meestal veroorzaakt door een positieve ervaring, zoals iets grappigs horen), maar ook objectieve pa­tho­fy­si­o­lo­gi­sche indicatoren, zoals hy­po­cre­ti­n­ede­fi­ci­ën­tie en het optreden van de remslaap (rem: rapid eye movement). Overige specificaties betreffen somatische aandoeningen die samenhangen met nar­co­lep­sie­symp­to­men.

In de DSM-5 is de DSM-IV-classificatie slaapgebonden adem­ha­lings­stoor­nis­sen nu correct vertaald als adem­ha­lings­ge­re­la­teer­de slaap­stoor­nis­sen en onderverdeeld in drie stoornissen: het obstructieve-slaapapneu-/hy­p­o­p­neu­syn­droom, het centrale-slaap­ap­neu­syn­droom, en slaap­ge­re­la­teer­de hypoventilatie.

Bij de circadianeritme-slaap-waakstoornissen is nu ook het type verlate slaapfase toegevoegd, en is de specificatie ‘jetlagtype’ verwijderd.

Stoornissen die voorheen als afzonderlijke parasomnia’s waren beschreven, zoals slaapwandelen en pavor nocturnus, zijn nu gegroepeerd in de non-remslaap-arou­sal­stoor­nis­sen, omdat hierdoor beter rekening gehouden wordt met hun klinische, etiologische en epi­de­mi­o­lo­gi­sche overeenkomsten. Bij de nacht­mer­rie­stoor­nis zijn specificaties toegevoegd aangaande ermee samenhangende en gelijktijdig optredende somatische, psychiatrische en slaap­stoor­nis­sen, en ook specificaties voor de duur en de ernst.

Aan de DSM-5 zijn twee nieuwe stoornissen toegevoegd: de rem­slaap­ge­drags­stoor­nis (een parasomnia) en het rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom (restless legs syndrome).

De classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie is in de DSM-5 onveranderd gebleven, met de uitzondering dat aan de lijst met middelen tabak is toegevoegd.

De subcategorie slaap­stoor­nis­sen die samenhangen met een andere psychische stoornis is in de DSM-5 weggelaten.

Tot slot bevat de DSM-5 de classificaties ‘andere gespecificeerde’ en ‘on­ge­spe­ci­fi­ceer­de’ […stoornis] voor patiënten die niet volledig aan de criteria voor een insomnia-, hy­per­som­no­len­tie- of een andere slaap-waakstoornis voldoen, maar die wel klinisch significante lijdensdruk ervaren.

Slaapklachten komen in het dagelijks leven vaak voor. De meeste mensen hebben weleens meegemaakt dat ze een paar dagen voor een stressvolle gebeurtenis, zoals een sol­li­ci­ta­tie­ge­sprek, niet goed konden slapen. Een verstoorde slaap kan echter duiden op een onderliggende slaapstoornis die mogelijk leidt tot een psychiatrische of somatische aandoening, of die een bestaande aandoening verergert. Verstoring van de slaap kan een uiting zijn van heel verschillende slaap­stoor­nis­sen, waarvan vele goed behandelbaar zijn. De diagnostiek en behandeling van gelijktijdig voorkomende slaap­stoor­nis­sen kan iemands psychiatrische klachten helpen verlichten.

Sommige slaap-waakstoornissen treden alleen tijdens de slaap op; in feite kan het zijn dat iemand zich er niet bewust van is dat hij of zij tijdens de slaap ongewoon gedrag vertoont. Zo hebben kinderen met een non-remslaap-arousalstoornis als slaapwandelen of pavor nocturnus vaak geen enkele herinnering aan hun verstoorde slaap in de afgelopen nacht, ook al is hun gedrag dan voor hun ouders zeer verontrustend geweest.

Andere slaap­stoor­nis­sen worden gekenmerkt door klachten die optreden tijdens het wakker zijn. Zo wordt het rus­te­lo­ze­be­nen­syn­droom gekenmerkt door een ongemakkelijke sensatie in de benen tijdens een periode van inactiviteit, die door beweging kan worden verlicht.

Slaap­stoor­nis­sen treden vaak gezamenlijk op met psychiatrische aandoeningen, en kunnen iemands kwaliteit van leven verminderen. Gezien de belangrijke interacties tussen slaap-waakstoornissen en psychiatrische aandoeningen is de diagnose van comorbide slaap­stoor­nis­sen van groot belang voor het effectief omgaan met chronische, terugkerende psychiatrische aandoeningen op de lange termijn.

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.