Net als veel andere psychiatrische stoornissen zijn de stoornissen die gegroepeerd zijn in het DSM-5-hoofdstuk ‘Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen’ extreme manifestaties van gewone, normale ervaringen. Op welk moment precies de herhaling, het verzamelen, de op het uiterlijk gerichte ongerustheid en de zelfverzorging overgaan in een pathologisch fenomeen en een klinische entiteit vormen die behandeling nodig maakt, is een vraag die de ggz-behandelaar vaak moet beantwoorden. Hiervoor is een grondige kennis nodig van patiënten en het leven dat ze leiden, en moet uitgegaan worden van empirisch gedefinieerde criteria voor wat volgens de DSM-5 een classificatie vormt.
Een belangrijk gemeenschappelijk kenmerk van de uiteenlopende stoornissen in het hoofdstuk over de obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen is herhaling. Maar er bestaan belangrijke verschillen. Zo gaan de vrees voor besmetting en het nerveus verzamelen die gezien worden bij OCS en de verzamelstoornis meestal gepaard met dysforie en frustratie, en dat is in contrast met de plezierige gevoelens die soms gerapporteerd worden door mensen met trichotillomanie en de excoriatiestoornis. Dergelijke verschillen en andere nuances vallen buiten het bestek van dit hoofdstuk, en de geïnteresseerde lezer dient ze elders nader te bestuderen (zie ‘Aanbevolen literatuur’ aan het einde van dit hoofdstuk). Dat zal ook het inzicht opleveren dat deze aandoeningen — die zoals hier is aangetoond diagnosticeerbaar en potentieel zeer invaliderend zijn — bij een groot percentage van de patiënten toch goed behandelbaar zijn.
Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.