Voedings- en eetstoornissen
- En tóch ben ik dik.
- Ik heb niet meer onder controle wat ik eet.
Voedings- en eetstoornissen worden gekenmerkt door veranderingen in de consumptie of opname van de voeding, waardoor er problemen ontstaan in de lichamelijke gezondheid, het psychische welbevinden of beide. Deze categorie bestaat uit de vroegere DSM-IV-categorie eetstoornissen gecombineerd met enkele stoornissen van de kindertijd, waaronder de ‘voedingsstoornissen op zuigelingenleeftijd of vroege kinderleeftijd’ (die nu is omgedoopt tot ‘vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis’), pica en de ruminatiestoornis. Daarnaast is de eetbuistoornis, die voorheen als ‘eetstoornis niet anderszins omschreven’ werd vermeld en als onderwerp voor verdere studie, nu als classificatie opgenomen. Net als anorexia nervosa en boulimia nervosa beschrijven deze classificaties veelvoorkomende stoornissen in het eetpatroon die gedurende het hele leven voorkomen.
Pica kenmerkt zich door het eten van niet voor consumptie bestemde stoffen. Dit moet gedurende minstens een maand optreden, ongewoon zijn voor het ontwikkelingsniveau en geen cultureel geaccepteerde gewoonte zijn. Dit is de enige classificatie die ook naast een van de andere classificaties in deze categorie kan optreden, dus iemand kan tegelijk pica en een andere voedings- of eetstoornis hebben. De eetstoornis leidt bij pica niet per se tot het beperken van voedsel of gewichtsverlies, hoewel dit wel kan voorkomen, en er is ook geen verband met het lichaamsbeeld, het figuur of het gewicht. Veel mensen met pica hebben een verstandelijke beperking of ontwikkelingsachterstand en degenen voor wie dat niet geldt generen zich vaak of voelen schaamte over hun eetgedrag.
De ruminatiestoornis kenmerkt zich door het herhaaldelijk regurgiteren van voedsel. Dit moet gedurende minstens een maand optreden en niet beter te verklaren zijn door een gastro-intestinale of andere somatische aandoening. Alle voedings- en eetstoornissen behalve pica kunnen de classificatie ruminatiestoornis uitsluiten, wat betekent dat wanneer het regurgiteren alleen tijdens het beloop van anorexia nervosa, boulimia nervosa, de eetbuistoornis of de vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis optreedt, uitsluitend die classificatie wordt toegekend en niet de ruminatiestoornis. De ruminatiestoornis wordt het vaakst bij kinderen vastgesteld, maar kan op elke leeftijd beginnen. Net als bij de andere voedings- en eetstoornissen kunnen mensen met een ruminatiestoornis zich voor hun stoornis schamen of deze verbergen, waardoor het lastig is de stoornis te herkennen.
De vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis is een toevoeging aan de classificatie ‘voedingsstoornissen op zuigelingenleeftijd of vroege kinderleeftijd’ uit de DSM-IV. De wijziging is deels ingegeven door het feit dat er oudere kinderen en adolescenten waren die vergelijkbare eetstoornissen en beperkingen in de voedselinname hadden, maar niet aan de criteria voor een andere voedings- en eetstoornis voldeden. De stoornis kenmerkt zich door het niet voldoen aan de voedingsof energiebehoefte met als gevolg: ernstig gewichtsverlies, voedingsdeficiënties, afhankelijkheid van orale supplementen of sondevoeding, of een negatieve invloed op het psychosociale functioneren. De eetstoornis maakt geen deel uit van pogingen het figuur of gewicht onder controle te houden, en er is geen sprake van een verstoord lichaamsbeeld. De beperking van de voedselinname kan het gevolg zijn van een algeheel gebrek aan interesse in voedsel in het algemeen of kan zijn gebaseerd op de sensorische kenmerken van het voedsel, zoals de textuur of de geur. Daarnaast maken sommigen zich zorgen over de nadelige consequenties van eten, zoals buikpijn. Wanneer wordt voldaan aan de criteria voor anorexia of boulimia nervosa, worden alleen die classificaties toegekend en niet de vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis. De vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis komt vaak voor bij mensen met een ontwikkelingsachterstand, maar kan ook optreden bij zich normaal ontwikkelende kinderen en bij volwassenen.
Anorexia nervosa wordt gekenmerkt door een significant te laag lichaamsgewicht als gevolg van het beperken van de voedselinname, een intense vrees om aan te komen en een verstoord lichaamsbeeld, zoals de overtuiging dik te zijn ondanks dat aantoonbaar sprake is van een gevaarlijk ondergewicht. De vrees om aan te komen hoeft niet expliciet te worden uitgesproken, maar dat die vrees aanwezig is kan worden aangenomen op basis van aanhoudend gedrag dat gewichtstoename tegengaat. Sommige mensen met anorexia nervosa gaan over tot eetbuien en purgeergedrag, anderen niet. De classificatie anorexia nervosa krijgt voorrang boven alle andere eetstoornissen, vanwege de acute noodzaak tot interventie. Het belangrijkste verschil tussen de DSM-IV-criteria en die in de DSM-5 is het schrappen van het vereiste dat meisjes na de menarche minstens drie achtereenvolgende menstruaties hebben overgeslagen. Dit criterium is verwijderd omdat is gebleken dat vrouwen die nog wel menstrueren soortgelijke beperkingen ervaren, en ook omdat dit criterium lastig is te beoordelen bij vrouwen die een hormonale vorm van anticonceptie gebruiken. Daarnaast wordt in de DSM-5-criteria niet meer voorgeschreven wat onder een te laag gewicht moet worden verstaan, waardoor professionals dit op individueel aangepaste klinische gegevens kunnen baseren, zoals gewicht en anamnese, om te kunnen vaststellen welk gewicht minimaal mag worden verwacht.
Bij mensen met boulimia nervosa is tijdens de afgelopen drie maanden gemiddeld minstens wekelijks sprake van eetbuien en compensatoir gedrag. Ook hechten zij bovenmatig veel belang aan hun gewicht en lichaamsvorm. Bij een eetbui nuttigt iemand in een afzonderlijke tijdsperiode (meestal binnen twee uur) een hoeveelheid voedsel die de meeste mensen onder vergelijkbare omstandigheden als groot zouden definiëren. Daarnaast is kenmerkend dat het eten gepaard gaat met een gevoel zich niet te kunnen beheersen. In reactie op deze verhoogde voedselinname wordt compensatoir gedrag vertoond om de gevolgen van de eetbui voor het gewicht tegen te gaan. Compensatoir gedrag is bijvoorbeeld zelfopgewekt braken, misbruik van laxeermiddelen of diuretica, vasten of extreem veel bewegen. De belangrijkste verandering ten opzichte van de DSM-IV is dat er minder eetbuien en compensatoir gedrag zijn vereist om voor de classificatie in aanmerking te komen. Uit onderzoek is gebleken dat mensen ook al significante beperkingen ervaren als zij één keer per week dit gedrag vertonen, en voorheen was het criterium minimaal twee keer per week.
De eetbuistoornis was in de DSM-IV opgenomen als ‘eetstoornis niet anderszins omschreven’, totdat verder onderzoek kon worden verricht. Intussen zijn het klinisch nut en de klinische validiteit van deze classificatie aangetoond. Deze stoornis wordt gekenmerkt door herhaaldelijke eetbuien zonder compensatoir gedrag, die gedurende drie maanden minstens een keer per week optreden. Er kan sprake zijn van een verstoord lichaamsbeeld, maar dit is niet vereist. Anders dan bij anorexia nervosa en boulimia nervosa komt de eetbuistoornis even vaak bij mannen als bij vrouwen voor en de stoornis begint later, doorgaans op jongvolwassen leeftijd. Mensen met een eetbuistoornis hebben vaak overgewicht of obesitas en zijn in het verleden vaak al behandeld om gewichtsverlies te bewerkstelligen, vrijwel zonder succes, tenzij de behandeling direct gericht was op het eetbuigedrag.
In de DSM-5 zijn twee nieuwe classificaties opgenomen ter vervanging van de eetstoornis niet anderszins omschreven uit de DSM-IV:
► Andere gespecificeerde voedings- of eetstoornis voor varianten met een vergelijkbare symptoompresentatie die niet voldoen aan de criteria voor de andere stoornissen in deze categorie. Hieronder vallen atypische anorexia nervosa (anorexia nervosa met een normaal gewicht); boulimia nervosa met lage frequentie en/of van beperkte duur (boulimia nervosa met eetbuien en compensatoir gedrag dat minder dan één keer per week en/of korter dan drie maanden duurt); de eetbuistoornis met lage frequentie en/of van beperkte duur (eetbuistoornis met eetbuien die minder dan één keer per week en/of korter dan drie maanden duren); de purgeerstoornis (herhaaldelijk purgeren zonder dat sprake is van eetbuien); en het nachtelijk eetsyndroom (herhaaldelijk overmatig eten na het ’s nachts ontwaken of na de avondmaaltijd).
► Ongespecificeerde voedings- of eetstoornis, wanneer er symptomen optreden van een voedings- of eetstoornis die tot significante lijdensdruk of beperkingen leiden, maar die niet volledig aan de criteria voldoen voor een van de andere stoornissen in de categorie. Deze classificatie wordt toegekend wanneer de reden dat de stoornis niet volledig aan de criteria voor een van de andere stoornissen voldoet onbekend is, of wanneer er onvoldoende informatie beschikbaar is.
Voor het classificeren van de eetstoornissen geldt een hiërarchie voor alle stoornissen behalve pica. De volgorde waarin deze classificaties worden toegekend is: anorexia nervosa, boulimia nervosa, vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis, eetbuistoornis en ruminatiestoornis. Door deze hiërarchie wordt de juiste behandeling geboden op basis van het beloop en de uitkomsten van de verschillende classificaties. Omdat anorexia nervosa de hoogste mortaliteit kent en een groot medisch risico inhoudt, staat deze classificatie bovenaan in de hiërarchie. Als dus wordt voldaan aan de criteria voor anorexia nervosa, maar ook aan die van een andere voedings- en eetstoornis, wordt alleen de classificatie anorexia nervosa toegekend, om de noodzaak tot behandeling te benadrukken. Hetzelfde geldt voor de lagere stappen in de hiërarchie.