Inleiding

Naar de vragenlijst

Hoewel agressief gedrag voor slechts een handvol DSM-5-stoornissen een bepalend kenmerk is (namelijk de periodiek explosieve stoornis, de normoverschrijdend-gedragsstoornis, de antisociale-persoonlijkheidsstoornis en de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis), is het een bijkomend kenmerk van een aantal andere psychische stoornissen. Wel is het van belang om u ervan bewust te zijn dat gewelddadig gedrag meestal optreedt om redenen die heel weinig te maken hebben met het vakgebied van de psychiatrie (bijvoorbeeld materieel gewin, status, sadistisch genot, wraak, politieke of religieuze doeleinden). Dit wordt onderaan in de beslisboom weergegeven, waarin agressief gedrag dat geen uiting is van een psychopathologisch of fysiopathologisch proces in het individu als niet-psychiatrisch antisociaal gedrag wordt beschouwd. Bovendien betekent het feit dat het agressieve gedrag wel samenhangt met een psychische stoornis niet automatisch dat de betrokkene niet strafrechtelijk aansprakelijk is.

Van alle DSM-5-stoornissen zijn de middelgerelateerde stoornissen verreweg de meest voorkomende oorzaak van agressief gedrag. Daarnaast kan agressie optreden als gevolg van de cognitieve beperking en de verminderde impulsbeheersing die kenmerkend zijn voor zowel een uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis als een delirium door een somatische aandoening. Als het agressieve gedrag een direct fysiologisch gevolg is van een somatische aandoening, maar optreedt zonder dat er sprake is van een cognitieve beperking, is de juiste classificatie persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening. Een vraagstuk dat zich soms voordoet bij het classificeren van een persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening is of niet-specifieke bevindingen (bijvoorbeeld neurologische soft signs of diffuse vertraging op een elektro-encefalogram) als bewijs voor een somatische aandoening in de etiologie moeten worden beschouwd. De conventie in de DSM-5 is om de classificatie persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening alleen toe te kennen als de onderzoeksbevindingen een diagnosticeerbare somatische aandoening aantonen. Echter, als het klinische oordeel sterk in de richting wijst van de aanwezigheid van een disfunctie van het centrale zenuwstelsel die de oorzaak is van de persoonlijkheidsverandering, maar er geen specifieke diagnose kan worden gesteld, dan kan de somatische aandoening ‘ongespecificeerde hersenaandoening als oorzakelijke stoornis’ als een extra aandoening (ICD-9-CM: 348.9) worden vermeld.

Wat veel minder vaak voorkomt maar wel iets vaker dan gemiddeld, zijn episoden van agressief gedrag bij mensen met schizofrenie, een andere psychotische stoornis of een bipolaire-stemmingsstoornis. Een langdurig aanwezig patroon van agressief gedrag duidt er eerder op dat het gedrag onderdeel is van een persoonlijkheidsstoornis (bijvoorbeeld de antisociale-persoonlijkheidsstoornis of de borderline-persoonlijkheidsstoornis). Bij kinderen kan agressief gedrag optreden in het kader van een aantal stoornissen. Wanneer het gedrag optreedt als onderdeel van een patroon van antisociaal gedrag, is de classificatie normoverschrijdend-gedragsstoornis van toepassing. Als het agressieve gedrag optreedt in het kader van ernstige woede-uitbarstingen waarvan de intensiteit en de duur fors disproportioneel zijn, vergeleken met de situatie of provocatie, en er tussen de uitbarstingen door sprake is van aanhoudende boosheid en prikkelbaarheid, dient de nieuwe DSM-5-classificatie disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis te worden overwogen. Bij andere stoornissen van de kinderleeftijd komt agressief gedrag veel minder vaak voor, maar is het wel mogelijk; het gaat dan om de oppositionele-opstandige stoornis, de aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, de separatieangststoornis, een autismespectrumstoornis en een verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis).

Bij recidiverende episoden van agressief gedrag (d.w.z. verbale agressie of fysieke agressie gericht tegen mensen, dieren of eigendommen) die niet aan een andere psychische stoornis (met inbegrip van een persoonlijkheidsstoornis) kunnen worden toegeschreven, komt de betrokkene mogelijk in aanmerking voor de classificatie periodiek explosieve stoornis, als tenminste wordt voldaan aan de minimumeisen voor frequentie (twee maal per week gedurende drie maanden van verbale of fysieke agressie die niet leidt tot verwonding of vernieling van eigendommen, of drie uitbarstingen in een periode van één jaar die wel leiden tot verwonding of schade aan eigendommen).

Agressief gedrag kan ook optreden als reactie op een stressor. Als de stressor psychotraumatisch van aard is, kan het agressieve gedrag deel uitmaken van het syndroom van de posttraumatische-stressstoornis (of de acute stressstoornis als de duur korter is dan één maand). In andere gevallen kan het agressieve gedrag een uiting van een aanpassingsstoornis zijn.

Naar de vragenlijst

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.