Kinderen of adolescenten worden vaak naar een ggz-professional verwezen met het verzoek een bepaald gedragsprobleem te onderzoeken en een mogelijke behandeling voor te stellen. Het spreekt echter voor zich dat veel gedragsproblemen van kinderen en adolescenten niet door een psychische stoornis worden veroorzaakt. In sommige gevallen zijn de gedragsproblemen niet ernstig of langdurig genoeg om een classificatie van een psychische stoornis te rechtvaardigen. In andere gevallen is er eerder sprake van een verstoring van de gezinsverhoudingen dan van een probleem dat in de eerste plaats uit het kind zelf voortkomt. Ten slotte zijn er ook enkele zeer ernstige gedragsproblemen (bijvoorbeeld wapengebruik, straatroof, verkrachting) met andere motieven (bijvoorbeeld financieel gewin, status, wraak), die buiten het domein van de psychische stoornissen in de DSM-5 vallen.
Gedragsproblemen die tijdens de vroege kinderjaren beginnen, hangen meestal samen met een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, oppositionele-opstandige stoornis, disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, autismespectrumstoornis, stereotiepe-bewegingsstoornis of een verstandelijke beperking (verstandelijke-ontwikkelingsstoornis). Het differentiëren tussen deze stoornissen is meestal eenvoudig en gebeurt aan de hand van de overige symptomen.
Wanneer de gedragsproblemen voor het eerst tijdens de adolescentie optreden, is dit een sterke aanwijzing dat er middelen in het spel kunnen zijn. De gedragsproblemen kunnen het gevolg zijn van een direct effect van het middel op de hersenen (zoals bij intoxicatie door een middel), of kunnen een indirect gevolg zijn van een stoornis in het gebruik van een middel (illegale activiteiten om aan het middel te komen), of kunnen door winstbejag zijn ingegeven (bijvoorbeeld een plan om als drugsdealer snel fortuin te maken). Andere stoornissen die vaak tijdens de late kindertijd of de vroege adolescentie beginnen, zijn de normoverschrijdend-gedragsstoornis, type met begin in de adolescentie (met een betere prognose dan de normoverschrijdend-gedragsstoornis die voor de leeftijd van 10 begint), een depressieve stoornis of bipolaire-stemmingsstoornis, schizofrenie, kleptomanie en pyromanie. Een normoverschrijdend-gedragsstoornis die in de kindertijd (vóór de leeftijd van 10 jaar) begint, is bijzonder zorgelijk en gaat vaak samen met een hoge incidentie van geweld, slechtere relaties met leeftijdgenoten en een verhoogde kans dat het kind zich ontwikkelt tot een volwassene met een antisociale-persoonlijkheidsstoornis.
Gedragsproblemen die in reactie op een psychosociale stressor optreden, wijzen op ofwel (1) de classificatie posttraumatische-stressstoornis of acute stressstoornis, als de stressor bijzonder traumatisch is en de gedragsproblemen gepaard gaan met intrusieve symptomen die samenhangen met de traumatische gebeurtenis(sen), vermijding van herinneringen aan de gebeurtenis en veranderingen in cognities, stemming en arousal; of 2) de classificatie aanpassingsstoornis.
Als de gedragsproblemen niet door een van de beslispunten tot dusver worden gedekt, en de problemen klinisch significant zijn en een uiting zijn van een psychopathologisch of fysiopathologisch proces in het individu, zou een restclassificatie ‘andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’; of ‘ongespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’ van toepassing zijn. Welke classificatie dit wordt, hangt af van de vraag of u het syndroom in het dossier wilt vermelden (in dat geval wordt meestal de classificatie ‘andere gespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’ gebruikt, gevolgd door de specifieke reden) of niet (in welk geval de classificatie ‘andere ongespecificeerde disruptieve, impulsbeheersings- of andere gedragsstoornis’ wordt gebruikt). In de overige gevallen worden de gedragsproblemen weliswaar als probleem gezien, maar niet als een aanwijzing voor een psychische stoornis. Dit rechtvaardigt mogelijk een V-code (ICD-9-CM) voor antisociaal gedrag van een kind of adolescent, een classificatie die in de DSM-5 is opgenomen in het hoofdstuk ‘Andere problemen die een reden voor zorg kunnen zijn’.