Hypersomnolentie is een breed begrip met onder andere een overmatige kwantiteit van de slaap (bijvoorbeeld een verlengde periode van de nachtelijke slaap of ongewild overdag in slaap vallen), een afgenomen kwaliteit van het waken (bijvoorbeeld moeilijk wakker kunnen worden of niet wakker kunnen blijven wanneer dit moet), en slaapinertie (een periode waarin iemand na het ontwaken minder goed functioneert en minder alert is). De classificatie hypersomnolentiestoornis mag alleen worden overwogen wanneer iemand met regelmaat voldoende slaap heeft gehad — mensen met slaapdeprivatie vanwege insomnia of een te drukke agenda, komen niet voor deze classificatie in aanmerking.
Slaperigheid overdag is een veelvoorkomende bijwerking van drugs en van veel voorgeschreven en vrij verkrijgbare geneesmiddelen. In het geval van drugs zal de classificatie intoxicatie door een middel of onttrekkingssyndroom van een middel doorgaans voldoende zijn om de hypersomnolentieklachten te beschrijven. Het toekennen van de classificatie ‘slaapstoornis door een middel, type met slaperigheid overdag’ dient alleen te worden overwogen als de hypersomnolentie in het klinische beeld op de voorgrond staat en ernstig genoeg is om aandacht van een clinicus te rechtvaardigen. De classificatie slaapstoornis door medicatie kan ook worden toegekend bij opvallende hypersomnolentie in verband met medicatie.
Vervolgens moeten andere specifieke slaapstoornissen in de etiologie van de hypersomnolentie worden uitgesloten, aangezien slaperigheid overdag een karakteristiek kenmerk is van sommige specifieke slaapstoornissen (bijvoorbeeld narcolepsie) of een gevolg kan zijn van de verstoring van de nachtelijke slaap als gevolg van de andere slaapstoornis (bijvoorbeeld nachtmerriestoornis). Narcolepsie wordt gekenmerkt door herhaalde perioden van onbedwingbare slaapdruk, en gaat gepaard met kataplexie (korte perioden van plotseling bilateraal verlies van spiertonus, geluxeerd door lachen), hypocretinedeficiëntie (gemeten in de liquor cerebrospinalis) of kenmerkende bevindingen van een polysomnografie (bijvoorbeeld remslaaplatentietijd van 15 minuten of minder, of een multipele slaaplatentietest (MSLT) laat een gemiddelde slaaplatentietijd zien van 8 minuten of minder en twee of meer remslaapperioden bij het inslapen). Onder de algemene rubriek ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen staan in de DSM-5 drie afzonderlijke stoornissen die alle drie vermoeidheid overdag kunnen veroorzaken. Het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom is de meest voorkomende ademhalingsgerelateerde slaapstoornis en wordt gekenmerkt door herhaaldelijke episoden van obstructie van de bovenste luchtwegen tijdens de slaap. Het centrale-slaapapneusyndroom wordt gekenmerkt door herhaaldelijke episoden van apneus en hypopneus tijdens de slaap die worden veroorzaakt door veranderingen van de inspanning bij de ademhaling. Slaapgerelateerde hypoventilatie wordt gekenmerkt door episoden van afgenomen ademhaling tijdens de slaap die gepaard gaan met verhoogde CO2-waarden. Een non-remslaap-arousalstoornis wordt veroorzaakt door herhaalde episoden van incompleet ontwaken die meestal optreden tijdens het eerste deel van de nacht, en die meestal de vorm aannemen van pavor nocturnus of slaapwandelen. De nachtmerriestoornis en remslaapgedragsstoornis beschrijven beide problematische verschijnselen die tijdens de remslaap optreden: in het geval van de nachtmerriestoornis lange, extreem angstige dromen die goed worden herinnerd, en bij de remslaapgedragsstoornis een terugkerende arousal tijdens de remslaap met vocalisaties of complex motorisch gedrag. Het rustelozebenensyndroom wordt gekenmerkt door een herhaalde en aanhoudende drang om de benen te bewegen in reactie op onaangename sensaties. Een circadianeritme-slaap-waakstoornis wordt gekenmerkt door onvoldoende synchronisatie van het individuele ritme met het natuurlijke slaap-waakpatroon. Tot slot wordt de insomniastoornis gekenmerkt door een op de voorgrond staande ontevredenheid over de kwaliteit of kwantiteit van de slaap, samenhangend met moeite met in slaap vallen of doorslapen, of ’s morgens vroeg wakker worden. Voor hypersomnolentie die uitsluitend tijdens een van deze slaapstoornissen optreedt en ook beter door deze stoornissen kan worden verklaard, is een afzonderlijke classificatie hypersomnolentiestoornis niet noodzakelijk. Als de hypersomnolentie ernstiger is dan die bij een andere slaapstoornis zou kunnen worden verwacht, of ook op tijdstippen optreedt bij afwezigheid van die slaapstoornis, kan een comorbide classificatie hypersomnolentiestoornis van toepassing zijn.
De volgende stap is het vaststellen of de hypersomnolentie eigenlijk een symptoom is van een andere psychische stoornis. Bij een aantal psychische stoornissen kunnen opvallende symptomen van hypersomnolentie optreden, vooral bij depressieve episoden met atypische kenmerken tijdens een depressieve stoornis, bipolaire-I-stoornis of bipolaire-II-stoornis. Als de vermoeidheid overdag goed door de psychische stoornis kan worden verklaard, wordt alleen de classificatie van die psychische stoornis toegekend en blijft een aanvullende classificatie hypersomnolentiestoornis achterwege. Maar als de hypersomnolentie in het klinische beeld op de voorgrond staat en hiervoor aandacht van een clinicus is gerechtvaardigd, kan een comorbide classificatie hypersomnolentiestoornis wel passend zijn. Op een vergelijkbare manier kan vermoeidheid overdag ook een kenmerk zijn van somatische aandoeningen als mononucleosis infectiosa. Ook in dat soort gevallen kan een aanvullende classificatie hypersomnolentiestoornis van toepassing zijn, namelijk als de mate van hypersomnolentie onvoldoende door de somatische aandoening kan worden verklaard.