Inleiding

Naar de vragenlijst

De grootste moeilijkheid bij het beoordelen van seksuele disfuncties van zowel mannen als vrouwen is dat er geen algemeen aanvaarde richtlijnen zijn om te bepalen wat ‘normaal’ seksueel functioneren is. Waar die grens voor normaal seksueel functioneren ligt, hangt af van de leeftijd van de vrouw en haar seksuele ervaring, de beschikbaarheid van partners en de vraag of het een nieuwe partner betreft, en de verwachtingen en standaardkenmerken van de culturele, etnische of religieuze groep waartoe de vrouw behoort. Om met succes seksueel opgewonden te raken en een orgasme te bereiken, is een niveau van seksuele stimulatie vereist met voldoende focus, intensiteit en duur. Een classificatie seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw of orgasmestoornis bij de vrouw vereist dan ook een klinisch oordeel dat de vrouw adequate stimulatie heeft ervaren. Het af en toe voorkomen van seksueel disfunctioneren is bovendien iets wat hoort bij de menselijke seksualiteit en is geen aanwijzing voor een stoornis, tenzij er sprake is van aanhoudend (d.w.z. minstens zes maanden) of recidiverend disfunctioneren, en de disfunctie leidt tot een duidelijke lijdensdruk of interpersoonlijke moeilijkheden.

Als u heeft geoordeeld dat de seksuele disfunctie klinisch significant is, is de volgende taak het vaststellen van de onderliggende oorzaken. Mogelijke oorzaken zijn psychische factoren, somatische aandoeningen, bijwerkingen van vele voorgeschreven geneesmiddelen, en de gevolgen van drugsmisbruik. Aangezien er vaker wel dan niet meerdere oorzaken zijn die bijdragen aan de seksuele disfunctie, kan het lastig zijn om die vast te stellen. Voordat u besluit dat een seksuele disfunctie volledig door psychische factoren wordt veroorzaakt, moet u de mogelijke bijdragen van een somatische aandoening of een middel (of medicatie) overwegen, wat vooral van belang is omdat deze oorzaken vaak gevolgen hebben voor de behandeling (bijvoorbeeld stoppen met de medicatie die de boosdoener is). Verder moet u niet uit het oog verliezen dat het vinden van een specifieke somatische aandoening, medicatie, of drugsmisbruik in de etiologie niet betekent dat psychische factoren geen belangrijke bijdrage leveren aan het ontstaan van de seksuele disfunctie.

Seksuele problemen zijn verder vaak een bijkomend kenmerk van een aantal andere psychische stoornissen (bijvoorbeeld depressieve-stemmingsstoornissen, angststoornissen, schizofreniespectrum- en andere psychotische stoornissen). Als de seksuele problemen beter worden verklaard door de andere psychische stoornis, wordt geen extra classificatie van een seksuele disfunctie toegekend. Voor gering seksueel verlangen dat alleen speelt tijdens een depressieve episode, zou dan geen classificatie seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw worden toegekend. Beide classificaties kunnen alleen worden toegekend als het geringe seksuele verlangen wordt beschouwd als losstaand van de depressieve stoornis (d.w.z. het was al aanwezig voordat de depressieve episode begon, of het houdt aan nadat de depressie is verdwenen). Vergelijkbaar geldt dat een seksuele disfunctie die beter wordt verklaard als een gevolg van ernstige relatieproblemen, eerder als een relatieprobleem dan als een seksuele disfunctie moet worden beschouwd, tenzij kan worden onderbouwd dat de seksuele disfunctie onafhankelijk van het relatieprobleem is opgetreden.

Nadat middelen, somatische aandoeningen en relatieproblemen in de etiologie zijn overwogen en uitgesloten, gaat de aandacht uit naar de seksuele disfuncties zelf. In de DSM-5 zijn de vrouwelijke versie van de DSM-IV-TR-classificaties ‘seksuele stoornis met verminderd verlangen’ en ‘seksuele opwindingsstoornis bij de vrouw’ samengevoegd tot één classificatie, genaamd seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw; deze wijziging doet recht aan onderzoeksbevindingen waaruit blijkt dat seksueel verlangen en seksuele opwinding bij vrouwen vaak niet los van elkaar kunnen worden gezien. De seksuele-interesse-/opwindingsstoornis bij de vrouw geldt dan ook voor een brede verscheidenheid van problemen, waaronder verminderde interesse in seksuele activiteit, een verminderde frequentie van erotische gedachten of fantasieën, een verminderde frequentie van initiatief tot seksuele activiteit, verminderde interesse of opwinding in reactie op erotische prikkels, en verminderde genitale en niet-genitale sensaties tijdens seksuele activiteit. De orgasmestoornis bij de vrouw bestaat uit het fors vertraagd optreden of zeer vaak of altijd uitblijven van een orgasme of een opvallend verminderde intensiteit van orgastische sensaties. De DSM-5-classificatie genitopelvienepijn-/penetratiestoornis is een combinatie van twee DSM-IV-TR-classificaties (vaginisme en dyspareunie) en bestaat uit moeite met het hebben van vaginale gemeenschap of penetratie; duidelijke vulvovaginale of onderbuikpijn tijdens de vaginale gemeenschap of pogingen tot penetratie; duidelijke angst of vrees voor vulvovaginale of onderbuikpijn in anticipatie op, tijdens of als gevolg van vaginale penetratie; duidelijke spanning in of aanspannen van de bekkenbodemspieren tijdens pogingen tot vaginale penetratie.

Als een seksuele disfunctie niet voldoet aan de criteria voor de hiervoor beschreven seksuele disfuncties (misschien vanwege een te lage frequentie of te korte duur van het probleem) of optreedt als onderdeel van een maladaptieve reactie op een psychosociale stressor, is aanpassingsstoornis wellicht een passende classificatie.

Naar de vragenlijst

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.