Deze beslisboom beslaat twee onderling samenhangende symptomen: de persoonlijkheidstrek impulsiviteit en het probleem van een verminderde beheersing van dranghandelingen. Impulsiviteit is de neiging om te handelen in een opwelling, gedrag te vertonen dat zich kenmerkt doordat er weinig tot niet over is nagedacht, reflectie op wordt gepleegd of rekening wordt gehouden met de gevolgen. Excessieve impulsiviteit is een kenmerk van een aantal DSM-5-stoornissen. Ook zijn er stoornissen met als kenmerk problemen met het beheersen van bepaalde specifieke dranghandelingen (bijvoorbeeld de drang om het eigen haar uit te trekken bij trichotillomanie, de drang om veel te veel te eten bij de eetbuistoornis). Zowel excessieve impulsiviteit als een beperking in het beheersen van specifieke dranghandelingen kan de aanleiding zijn tot gedrag dat niet alleen zelfdestructief kan zijn, maar ook anderen schade kan toebrengen.
Een veelvoorkomende en zeer destructieve oorzaak van impulsiviteit is middelengebruik, dat dan ook in ieder beeld met impulsief gedrag moet worden overwogen als mogelijk enige factor of als een van de factoren die bijdragen aan de impulsiviteit. Ook somatische aandoeningen kunnen disinhibitie van de impulsbeheersing veroorzaken, die dan vaak gepaard gaat met een zwak oordeelsvermogen en andere cognitieve symptomen die in de richting wijzen van een classificatie delirium of uitgebreide of beperkte neurocognitieve stoornis. Als een somatische aandoening tot persisterende impulsiviteit leidt die optreedt in afwezigheid van een klinisch significante cognitieve beperking, is de classificatie persoonlijkheidsverandering door een somatische aandoening (gewoonlijk van het ontremde of agressieve type).
Bepaalde stoornissen worden gekenmerkt door een impulsiviteit die zich beperkt tot de episode van de stoornis. Nadat middelengebruik en een somatische aandoening zijn uitgesloten, is de volgende stap het vaststellen of er symptomen aanwezig zijn die kunnen leiden tot een classificatie bipolaire-stemmingsstoornis, depressieve-stemmingsstoornis, schizofrenie of een van de andere psychotische stoornissen, of de posttraumatische-stressstoornis of acute stressstoornis. Wanneer er sprake is van gegeneraliseerde impulsiviteit met een begin in de jeugd en een persisterend beloop, wijst dat het sterkst in de richting van een aandachtsdeficiëntie-/hyperactiviteitsstoornis, een normoverschrijdend-gedragsstoornis of een borderline-persoonlijkheidsstoornis.
Een brede verscheidenheid van DSM-5-stoornissen wordt gekenmerkt door specifieke gedragingen die als uitingen van een gebrekkige beheersing van drangmatig gedrag kunnen worden gezien. Dit zijn de gokstoornis, waarbij de betrokkene niet goed in staat is om de drang om te gokken te weerstaan; boulimia nervosa en de eetbuistoornis, met eetbuien waarover de betrokkene geen echte controle heeft; pyromanie en kleptomanie, die worden gekenmerkt door het onvermogen om de drang te weerstaan om brand te stichten of voorwerpen van geringe waarde te stelen; en trichotillomanie en de excoriatiestoornis, met als kenmerk het onvermogen om de drang te weerstaan om het eigen haar uit te trekken of aan de eigen huid te pulken. De periodiek explosieve stoornis wordt gekenmerkt door een periodiek optredend onvermogen om weerstand te bieden aan agressieve impulsen.