Inleiding

Naar de vragenlijst

Insomnia is in de DSM-5 gedefinieerd als ontevredenheid over de kwantiteit of kwaliteit van de slaap, en daarnaast moeite met inslapen of doorslapen. Insomnia kan een belangrijke bijwerking zijn van drugs, en van veel voorgeschreven en vrij verkrijgbare geneesmiddelen. In het geval van drugs zal de classificatie intoxicatie door een middel of onttrekkingssyndroom van een middel doorgaans voldoende zijn om de insomniaklachten te beschrijven. Het toekennen van de classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie dient alleen te worden overwogen wanneer de insomnia in het klinische beeld op de voorgrond staat en ernstig genoeg is om aandacht van een clinicus te rechtvaardigen. De classificatie slaapstoornis door een middel/medicatie kan ook worden toegekend bij klinisch opvallende insomnia die wordt veroorzaakt door medicatie.

Vervolgens moeten andere, specifiekere slaapstoornissen in de etiologie van de insomnia worden uitgesloten, aangezien ook bij de andere slaapstoornissen sprake kan zijn van een verstoring van de nachtelijke slaap. Narcolepsie wordt gekenmerkt door herhaalde perioden van onbedwingbare slaapdruk, en gaat gepaard met kataplexie (korte perioden van plotseling bilateraal verlies van spiertonus, geluxeerd door lachen), hypocretinedeficiëntie (gemeten in de liquor cerebrospinalis) of kenmerkende bevindingen van een polysomnografie (bijvoorbeeld remslaaplatentietijd van 15 minuten of minder, of een multipele slaaplatentietest (MSLT) laat een gemiddelde slaaplatentietijd zien van 8 minuten of minder en twee of meer remslaapperioden bij het inslapen). Onder de algemene rubriek ademhalingsgerelateerde slaapstoornissen staan in de DSM-5 drie afzonderlijke stoornissen die alle drie insomnia kunnen veroorzaken, vanwege het midden in de nacht ontwaken. Het obstructieve-slaapapneu-/hypopneusyndroom is de meest voorkomende ademhalingsgerelateerde slaapstoornis en wordt gekenmerkt door herhaaldelijke episoden van obstructie van de bovenste luchtwegen tijdens de slaap. Het centrale-slaapapneusyndroom wordt gekenmerkt door herhaaldelijke episoden van apneus en hypopneus tijdens de slaap die worden veroorzaakt door veranderingen van de inspanning bij de ademhaling. Slaapgerelateerde hypoventilatie wordt gekenmerkt door episoden van afgenomen ademhaling tijdens de slaap die gepaard gaan met verhoogde CO2-waarden. Een non-remslaap-arousalstoornis wordt veroorzaakt door herhaalde episoden van incompleet ontwaken die meestal optreden tijdens het eerste deel van de nacht, en die de vorm kunnen aannemen van pavor nocturnus of slaapwandelen. De nachtmerriestoornis en remslaapgedragsstoornis beschrijven beide problematische verschijnselen die tijdens de remslaap optreden: in het geval van de nachtmerriestoornis lange, extreem angstige dromen die goed worden herinnerd, en bij de remslaapgedragsstoornis een terugkerende arousal tijdens de remslaap met vocalisaties of complex motorisch gedrag. Het rustelozebenensyndroom wordt gekenmerkt door een herhaalde en aanhoudende drang om de benen te bewegen in reactie op onaangename sensaties. Een circadianeritme-slaap-waakstoornis wordt gekenmerkt door onvoldoende synchronisatie van het individuele ritme met het natuurlijke slaap-waakpatroon. Voor een insomnia die uitsluitend tijdens een van deze slaapstoornissen optreedt en ook beter door deze stoornissen kan worden verklaard, is een afzonderlijke classificatie insomniastoornis niet noodzakelijk. Wanneer de insomnia ernstiger is dan die bij een andere slaapstoornis zou kunnen worden verwacht, of als de insomnia ook op andere tijdstippen optreedt dan in aanwezigheid van die slaapstoornis, kan een comorbide classificatie insomniastoornis van toepassing zijn.

De volgende stap is het vaststellen of de insomnia eigenlijk een symptoom is van een andere psychische stoornis. Bij een aantal psychische stoornissen, zoals de depressieve stoornis, kan sprake zijn van opvallende insomniaklachten. Als de insomnia door de psychische stoornis goed kan worden verklaard, wordt alleen de classificatie van de psychische stoornis toegekend en blijft de classificatie insomniastoornis achterwege. Als de insomnia echter in het klinische beeld op de voorgrond staat en aandacht van een clinicus is gerechtvaardigd, dan kan een comorbide classificatie insomniastoornis van toepassing zijn. Op een vergelijk- bare manier kan een aantal somatische aandoeningen, zoals rugpijn, de slaap aanzienlijk verstoren. Een aanvullende classificatie insomniastoornis kan ook dan van toepassing zijn in gevallen waarin de insomnia niet voldoende door de somatische aandoening kan worden verklaard.

Tot op zekere hoogte komt moeite met in slaap komen (of met doorslapen) bij iedereen weleens voor, vooral wanneer er psychosociale stressoren zijn en als iets wat bij het ouder worden hoort. Insomnia mag dan ook alleen als aanwijzing voor een psychische stoornis worden opgevat als de insomnia ernstig en langdurig aanwezig is, en wanneer deze tot klinisch significante lijdensdruk en beperkingen leidt.

Naar de vragenlijst

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.