Vermijdingsgedrag is (vooral in situaties met een reëel gevaar) vaak adaptief. Deze beslisboom is alleen van toepassing als de vermijding is gebaseerd op onrealistische of buitensporige angsten en tot klinisch significante lijdensdruk of beperking leidt. Vermijding is een tamelijk alomtegenwoordig en aspecifiek symptoom en een bijkomend kenmerk van veel stoornissen. Voor de beoordeling van dit symptoom moet worden bepaald welke specifieke omstandigheden de vermijding oproepen. Dit is een van de weinige beslisbomen in dit boek die geen beslispunt bevatten om het gebruik van een middel/medicatie uit te sluiten of de aanwezigheid van een somatische aandoening als mogelijke oorzaak. De reden hiervoor is dat vermijding eigenlijk altijd een psychologische reactie is op een onderliggende angst of vrees. Hoewel middelen-/medicatiegebruik of een somatische aandoening wel angst kan veroorzaken, is het door het ontbreken van contextuele associaties onwaarschijnlijk dat zich bij een angststoornis door een middel/medicatie of een angststoornis door een somatische aandoening vermijdingsgedrag ontwikkelt.
Als eerste is het zaak om te bepalen of het vermijdingsgedrag zich uitstrekt over meerdere situaties en plekken. Als dit het geval is en als de situaties worden vermeden vanwege gedachten dat het moeilijk zou kunnen zijn om te ontsnappen of dat er misschien geen hulp beschikbaar is als er panieksymptomen ontstaan, is mogelijk de classificatie agorafobie van toepassing. Mensen met deze stoornis associëren het risico op een paniekaanval met bepaalde locaties of situaties, die daarna geconditioneerde stimuli worden met een bijzonder grote kans om nieuwe aanvallen op te roepen. In een poging om de kans op het krijgen van een paniekaanval of panieksymptomen te minimaliseren, vermijden ze vervolgens die situaties die klaarblijkelijk aanvallen oproepen.
Bij de sociale-angststoornis (sociale fobie) hangt de vermijding samen met de angst om in een sociale situatie voor gek te staan. Deze vermijding kan twee vormen aannemen: bij het plankenkoortstype van de sociale-angststoornis worden activiteiten in het openbaar vermeden (spreken, musiceren, acteren, eten, urineren, schrijven) die de betrokkene binnen de privacy van het eigen huis met gemak verricht; deze vorm kan worden aangeduid met de specificatie ‘alleen plankenkoorts’. Daarnaast is er de gegeneraliseerde vorm van sociale angst, met angst voor bijna elke situatie waarin sprake is van sociale interactie; deze vorm van de sociale-angststoornis is in veel gevallen bijna identiek aan de vermijdende-persoonlijkheidsstoornis. Bij de specifieke fobieën speelt waarschijnlijk een interactie tussen evolutionair bepaalde aangeboren angsten en aversieve ervaringen in de vroege levensjaren die deze angsten versterken. Bij de separatieangststoornis, die zowel tijdens de kinderjaren als op volwassen leeftijd kan voorkomen, worden situaties vermeden waarin de betrokkene wordt gescheiden van belangrijke hechtingspersonen. Bij de posttraumatische-stressstoornis en de acute stressstoornis vermijdt de betrokkene situaties die herinneren aan de psychotraumatische stressor (bijvoorbeeld iemand die op de agressor lijkt, harde geluiden die aan oorlogstijd herinneren, trillingen die herinneren aan een zware aardbeving). Sommige mensen met een obsessieve-compulsieve stoornis leren dat het vermijden van bepaalde triggersituaties het begin van een obsessie kan voorkomen (vermijden om iemand een hand te geven kan dan bijvoorbeeld obsessies over besmetting terugdringen). Op een vergelijkbare manier zullen sommige mensen met een ziekteangststoornis situaties vermijden die hun gezondheid in gevaar kunnen brengen (het bezoeken van zieke familieleden bijvoorbeeld) om gepieker over dat ze misschien wel een ernstige ziekte hebben opgelopen te voorkomen.
Bij veel andere psychische stoornissen kan vermijding voorkomen als een bijkomend kenmerk. Een voorbeeld zijn psychotische stoornissen waarbij vermijdingsgedrag kan optreden in het kader van een specifiek waansysteem, bijvoorbeeld wanneer een patiënt met wanen vermijdt om naar buiten te gaan omdat hij vreest dat de FBI hem achternazit. Een lage motivatie, die het gevolg kan zijn van anhedonie tijdens een depressieve episode of een van de negatieve symptomen van schizofrenie, kan leiden tot gegeneraliseerde vermijding van het huis uit gaan. Bij een seksuele disfunctie kunnen seksuele situaties vermeden worden vanwege de angst om seksueel slecht te presteren. Mensen met anorexia nervosa en een vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis vermijden bepaalde voedingsmiddelen (voedsel met een hoog caloriegehalte bij anorexia nervosa, aversieve producten bij de vermijdende/restrictieve voedselinnamestoornis), met als gevolg klinisch significant gewichtsverlies en de kans om ondervoed te raken. De vermijdende-persoonlijkheidsstoornis kenmerkt zich door een gegeneraliseerd vermijdingspatroon, dat per definitie begint op jongvolwassen leeftijd en over het algemeen levenslang tamelijk persisterend en stabiel aanwezig blijft.
Tot slot: als het vermijdingsgedrag onvoldoende wordt verklaard door een van de beslispunten tot dusver in de beslisboom, kan een DSM-5-classificatie nog steeds gerechtvaardigd zijn. Als het vermijdingsgedrag een symptomatische uiting is van een maladaptieve reactie op een psychosociale stressor, kan de classificatie aanpassingsstoornis van toepassing zijn. Als dit niet het geval is, en het vermijdingsgedrag wel klinisch significant is en een uiting is van een psychopathologisch of fysiopathologisch proces in het individu (waarmee het beschouwd kan worden als een psychische stoornis), kan een restclassificatie van toepassing zijn. De DSM-5 bevat geen restclassificatie voor vermijdingsgedrag op zichzelf. Aangezien de meest waarschijnlijke reden voor het vermijdingsgedrag het voorkomen van een vorm van angst is, zou de best passende restclassificatie andere gespecificeerde angststoornis of ongespecificeerde angststoornis zijn. De keuze voor een van die classificaties hangt af van de vraag of u het syndroom in het dossier wilt vermelden (en in dat geval wordt de classificatie ‘andere gespecificeerde angststoornis’ gebruikt) of niet (en in dat geval wordt de classificatie ‘ongespecificeerde angststoornis’ gebruikt). In het andere geval zou de vermijding worden beschouwd als onderdeel van een normaal repertoire van menselijk gedrag en niet als een aanwijzing voor een psychische stoornis.