Wanneer een patiënt zich meldt met voor hem of haar verontrustende lichamelijke klachten, ligt de nadruk bij de differentiële diagnostiek doorgaans op de vraag welke somatische aandoening de klachten het best verklaart. Als de klachten echter vergezeld gaan van abnormale gedachten, gevoelens en gedragingen, moet rekening worden gehouden met een somatisch-symptoomstoornis of een andere psychische stoornis.
Bij lichamelijke klachten die door de patiënt worden voorgewend, is de juiste classificatie ofwel nagebootste stoornis, of het niet als een stoornis beschouwde beeld met de naam ‘simuleren’. De differentiatie tussen deze twee beelden wordt bepaald door de context waarin de somatische symptomen zich hebben ontwikkeld. Wanneer de klachten worden voorgewend zonder dat sprake is van een duidelijke externe beloning, is de classificatie nagebootste stoornis; wanneer de geveinsde klachten echter voor de patiënt een duidelijk financieel of ander voordeel opleveren, ligt simuleren meer voor de hand.
Lichamelijke klachten kunnen als deel van het klinische beeld bij een breed scala aan psychische stoornissen voorkomen. Een intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel manifesteert zich meestal als een syndroom met kenmerkende somatische en gedragssymptomen. Hevige angst gaat wel vaker samen met diverse lichamelijke klachten. Bij lichamelijke klachten is er dan ook vaak sprake van een of meer angststoornissen. Bij sommige angststoornissen, zoals de paniekstoornis en de gegeneraliseerde-angststoornis, vormen de bijbehorende, voor de patiënt verontrustende lichamelijke klachten vaak ook de aanleiding om hulp te zoeken. In andere gevallen hangen de lichamelijke klachten samen met de uiting van een psychotische stoornis (zoals somatische wanen), of een obsessieve-compulsieve of verwante stoornis, bijvoorbeeld de preoccupatie met een vermeende lichamelijke onvolkomenheid bij een morfodysfore stoornis.
Wanneer voor de patiënt de lichamelijke klachten zelf centraal staan, is een van de in de DSM-5 genoemde stoornissen in de categorie somatisch-symptoomstoornis en verwante stoornissen mogelijk het meest passend. Patiënten die neurologische symptomen vertonen, zoals verlamming of insulten, die na (laboratorium)onderzoek niet voldoen aan het kenmerkende patroon van een bekende neurologische of andere somatische aandoening, kunnen de classificatie conversiestoornis (functioneel-neurologisch-symptoomstoornis) toegekend krijgen. De classificatie somatisch-symptoomstoornis is mogelijk gerechtvaardigd bij het type lichamelijke klachten dat gepaard gaat met gedachten over de ernst van de ziekte die niet in verhouding staan tot de werkelijke ernst, een aanhoudende hoge mate van angst over de eigen gezondheid of de klachten, of het overmatig veel tijd en energie besteden aan de klachten of de gezondheid. Anders dan de somatoforme stoornissen in de DSM-IV, waarbij de lichamelijke klachten per definitie somatisch onverklaard zijn, kan de DSM-5-classificatie somatisch-symptoomstoornis ook worden toegekend aan patiënten die een vastgestelde somatische aandoening hebben. De DSM-5-classificatie is gebaseerd op de aanwezigheid van gedachten, gevoelens en gedragingen die naar de mening van de clinicus, gezien de aard van de somatische aandoening, ‘excessief’ zijn. Om het pathologiseren van normale reacties op een ernstige of beperkende somatische aandoening te voorkomen, dient deze classificatie bij mensen met een somatische aandoening uiterst behoedzaam te worden gebruikt, en alleen bij gevallen waarin de reactie van de patiënt op de somatische aandoening overduidelijk extreem en maladaptief is.