Iedereen wordt onder bepaalde omstandigheden weleens wat prikkelbaar, bijvoorbeeld door slaapgebrek, vastzitten in het verkeer of een deadline moeten halen. De beslisboom voor prikkelbare stemming is niet bedoeld voor alledaagse ervaringen met een prikkelbare stemming, maar voor perioden van prikkelbaarheid die ofwel zo lang aanhouden of zo ernstig zijn dat ze klinisch significante lijdensdruk of beperkingen veroorzaken.
De eerste stap bij de differentiële diagnostiek is uzelf ervan te overtuigen dat de prikkelbaarheid niet wordt veroorzaakt door het gebruik van een middel/medicatie of door een somatische aandoening. Vooral wanneer deze symptomen een laat begin hebben, zou uw eerste reactie moeten zijn een volledig somatisch onderzoek te laten doen om te beoordelen of iemand medicatie (of drugs) gebruikt die als bijwerking prikkelbaarheid kunnen veroorzaken. Bij jongeren moet altijd sterk rekening worden gehouden met de mogelijkheid dat de prikkelbaarheid door de effecten van intoxicatie door of onttrekkingssyndroom van een middel is veroorzaakt.
De volgende stap is vaststellen of de prikkelbare stemming deel uitmaakt van een manische of hypomanische episode. Afgebakende episoden met een aanhoudende abnormaal prikkelbare stemming, die gepaard gaan met een verhoogde activiteit of energie en minstens vier andere kenmerkende symptomen, vormen met elkaar een manische of hypomanische episode. Let wel: wanneer er geen sprake is van een verhoogde of expansieve stemming, zijn voor de classificatie manische of hypomanische episode vier samenhangende manische symptomen vereist (in plaats van drie), zodat de episode beter kan worden gedifferentieerd van een depressieve episode met prikkelbaarheid als bijkomend kenmerk. Deze episoden worden niet apart in de DSM-5 gecodeerd, maar zijn de bouwstenen van de bipolaire-stemmingsstoornissen. Bij een bipolaire-I-stoornis is sprake van één of meer manische episoden en (optioneel) één of meer depressieve episoden. Bij de bipolaire-II-stoornis is sprake van één of meer depressieve episoden, met tussentijds ook hypomanische episoden. Bij een cyclothyme stoornis, die wordt gekenmerkt door een aanhoudend patroon van afwisselend perioden van hypomanie en depressiviteit, kan tijdens de hypomanische perioden een prikkelbare stemming optreden.
Prikkelbaarheid komt bovendien zeer vaak voor als bijkomend kenmerk van een sombere stemming bij depressie. De volgende stap in de beslisboom is dan ook de afweging of de prikkelbare stemming optreedt in het kader van een depressieve episode, een persisterende depressieve stoornis (dysthymie) of een premenstruele stemmingsstoornis.
De volgende differentiatie betreft twee stoornissen met opvallende prikkelbaarheid die in de kinderjaren beginnen: de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis, die wordt gekenmerkt door ernstige woede-uitbarstingen die fors disproportioneel zijn ten opzichte van de situatie, en een aanhoudende boze of prikkelbare stemming tussen de uitbarstingen door; en de oppositionele-opstandige stoornis, die eveneens wordt gekenmerkt door een patroon van aanhoudende boze en prikkelbare stemming en die gepaard gaat met ruzie zoeken, openlijke ongehoorzaamheid en wraakzucht. Wanneer de prikkelbaarheid kenmerkend is voor iemands gewoonlijke repertoire van stemmingstoestanden, ligt een persoonlijkheidsstoornis als classificatie mogelijk het meest voor de hand. Bovendien is chronische prikkelbaarheid bij twee van de DSM-5-persoonlijkheidsstoornissen, namelijk de borderline-persoonlijkheidsstoornis en de antisociale-persoonlijkheidsstoornis, in de criteria opgenomen.
Tot slot zou klinisch significante prikkelbaarheid die tot dusver niet door een van de punten is gedekt, in aanmerking kunnen komen voor de classificatie aanpassingsstoornis, wanneer dit voor komt als maladaptieve reactie op een psychosociale stressor. Overige gevallen van klinisch significante prikkelbaarheid die niet aan de criteria voldoen voor een andere psychische stoornis, maar waarbij volgens uw oordeel sprake is van een psychopathologisch of fysiopathologisch proces in het individu, komen mogelijk in aanmerking voor de classificatie andere gespecificeerde bipolaire-stemmingsstoornis, of ongespecificeerde bipolaire-stemmingsstoornis.