Let op: deze informatie is gebaseerd op de DSM-5, maar ze is wel te gebruiken naast de DSM-5-TR.

Een kort overzicht van de DSM-5

Abraham M. Nussbaum

Diagnose

Criteria/tijd

Symptomen

Neu­ro­bi­o­lo­gi­sche ont­wik­ke­lings­stoor­nis­sen

Au­tis­me­s­pec­trum­stoor­nis

Alle drie gestart in de vroege kindertijd

EN

≥ 2

Deficiënties in de sociaal-emotionele wederkerigheid; deficiënties in de non-verbale communicatie; deficiënties in het aangaan en in stand houden van relaties


Stereotiepe of repetitieve spraak, motoriek, of gebruik van voorwerpen; overmatig hechten aan vaste gewoonten of excessieve weerstand tegen verandering; zeer beperkte, gefixeerde interesses met abnormale intensiteit of focus; hyper- of hy­po­re­ac­ti­vi­teit op zintuiglijke prikkels

Aan­dachts­de­fi­ci­ën­tie-/hy­per­ac­ti­vi­teits­stoor­nis

≥ 6 gedurende ≥ 6 maanden

EN /OF



≥ 6 gedurende ≥ 6 maanden

Onoplettendheid: maakt fouten door onachtzaamheid; kan de aandacht niet lang richten; lijkt niet te luisteren; volgt aanwijzingen niet op; heeft moeite met het organiseren van taken; afkerig van geestelijke inspanning; raakt dingen kwijt die nodig zijn voor taken; snel afgeleid; vergeetachtig

Hyperactiviteit/impulsiviteit: beweeglijk; opstaan van stoel; rondrennen of klimmen; niet in staat rustig te blijven; in de weer; praat excessief veel; gooit antwoorden eruit; kan niet op beurt wachten; onderbreekt; handelt zonder eerst na te denken

Schi­zo­fre­nies­pec­trum- en andere psychotische stoornissen

Schizofrenie

≥ 2 gedurende ≥ 1 maand

EN


≥ 6 maanden

Wanen; hallucinaties; ge­des­or­ga­ni­seerd spreken; ernstig ge­des­or­ga­ni­seerd of katatoon gedrag; negatieve symptomen (minimaal één van de eerstgenoemde drie moet aanwezig zijn)


Aanhoudende symptomen

Schi­zo­af­fec­tie­ve stoornis

≥ 50% van de tijd

EN

≥ 2 weken

Criteria voor schizofrenie

Tevens depressieve of manische episoden

Wanen of hallucinaties zonder een depressieve of manische episode

Bipolaire-stem­mings­stoor­nis­sen

Bipolaire-I-stoornis

≥ 3 gedurende ≥ 1 week (of willekeurige duur bij hospitalisatie)

Manie: opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit; verminderde slaapbehoefte; spreekdrang; gedachtevlucht; verhoogde afleidbaarheid; toename van doelgerichte activiteit; risicovol gedrag

Bipolaire-II-stoornis

≥ 3 gedurende ≥ 4

Hypomanie: opgeblazen gevoel van eigenwaarde, of grandiositeit; verminderde slaapbehoefte; spreekdrang; gedachtevlucht; verhoogde afleidbaarheid; toename van doelgerichte activiteit; risicovol gedrag zonder psychose of hospitalisatie

Depressieve-stem­mings­stoor­nis­sen

Depressieve stoornis

≥ 1 gedurende ≥ 2 weken

EN

≥ 4 gedurende ≥ 2 weken

Sombere stemming ; verminderd(e) interesse of plezier in activiteiten (anhedonie)

Gewichtsverlies of afgenomen eetlust; insomnia/hypersomnia; agitatie/vertraging; vermoeidheid/energieverlies; buitensporig schuldgevoel; verminderd con­cen­tra­tie­ver­mo­gen; gedachten aan de dood of aan suïcide

Angst­stoor­nis­sen

Paniekstoornis

≥ 4

EN

≥ 1 maand

Hartkloppingen; transpireren; trillen; ademnood; gevoel naar adem te snakken; pijn op de borst; misselijkheid; duizeligheid; koude rillingen; paresthesieën; derealisatie; vrees om gek te worden; vrees om dood te gaan

Persisterend(e) bezig zijn met of bezorgdheid over nieuwe paniekaanvallen
OF
Maladaptieve ge­drags­ver­an­de­ring in samenhang met de aanvallen

Ge­ge­ne­ra­li­seer­de-angststoornis

≥ 3 gedurende ≥ 6 maanden

Rusteloosheid; snel vermoeid raken; moeite met zich concentreren; prikkelbaarheid; spierspanning; slaapstoornis

Obsessieve-compulsieve en verwante stoornissen

Obsessieve-compulsieve stoornis (dwangstoornis)

≥ 1 uur/dag

Obsessies: recidiverende en persisterende gedachten, impulsen of voorstellingen die de persoon probeert te negeren of te onderdrukken door compulsieve handelingen
EN/OF
Compulsies: repetitieve handelingen of psychische activiteiten om de spanning te verminderen

Psychotrauma- en stres­sor­ge­re­la­teer­de stoornissen

Post­trau­ma­ti­sche-stressstoornis

≥ 1 gedurende ≥ 1 maand

EN

≥ 1 gedurende ≥ 1 maand

≥ 2 gedurende ≥ 1 maand

EN

≥ 2 gedurende ≥ 1 maand

Blootstelling aan psychotrauma

Intrusieve symptomen: herinneringen; dromen; flashbacks; spanning bij blootstelling; fysiologische reacties

Vermijding van interne prikkels en externe prikkels die herinneren aan het psychotrauma

Negatieve symptomen: niet volledig herinneren van het psychotrauma; negatief zelfbeeld; pathologische (zelf)beschuldiging; negatieve emoties; verminderde participatie; vervreemding; emotionele verdoofdheid

Arousal: prikkelbaarheid of agressie; roekeloosheid; hypervigilantie; buitensporige schrikreacties; con­cen­tra­tie­pro­ble­men; slaapproblemen

Neurocognitieve stoornissen

Delirium

Acuut

Stoornis in het bewustzijn; acute verandering t.o.v. uit­gangs­si­tu­a­tie, meestal met fluctuerende ernst; cognitieve verandering

Uitgebreide neurocognitieve stoornis

Geleidelijk

Significante cognitieve achteruitgang, ≥ 2 SD lager dan normaal, die het onafhankelijk functioneren belemmert

Beperkte neurocognitieve stoornis

Geleidelijk

Lichte cognitieve achteruitgang, 1–2 SD lager dan normaal, die het onafhankelijk functioneren niet belemmert (maar wel een grotere inspanning, compenserende strategieën of aanpassingen kan vereisen)

Deze site geniet auteursrechtelijke bescherming. Derhalve is afdrukken niet toegestaan.